Laatst hoorde ik weer mensen discussiëren over de ouderbetrokkenheid in het middelbaar beroepsonderwijs. Dat zou het verzuim en uitval moeten tegengaan.
Het moet niet doller worden?! Dat lijkt me toch een duidelijk geval van het paard achter de wagen spannen.
In de discussie werd er ook nog onderscheid gemaakt tussen ouderparticipatie, ouderbetrokkenheid en partnerschap tussen school en ouders in het stimuleren van de ontwikkeling van het kind.
Het kind??? Ze zijn verdorie zestien tegen de tijd dat ze naar het MBO gaan. Al mijn haren gaan overeind staan, mijn principiële haren, maar ook mijn praktische haren. Ik ben als ouder blij dat ik eindelijk van al die hand- en spandiensten op scholen verlost ben, doe me een plezier zeg!
Ouderbetrokkenheid is voor mij geen onderwerp van discussie. Natuurlijk ben je betrokken bij je dierbaren, bij je ouders, je kinderen, familie en vrienden, maar dat heeft niets met school te maken. Gezonde belangstelling noem ik dat en ik heb te doen met ieder mens die dat ontbeert.
Dan het partnerschap. Ik, want ik identificeer met de de ouder in deze discussie, moet er samen met de school voor zorgen dat mijn kind gemotiveerd wordt? Het spijt me, ik zal wel een hele slechte moeder zijn, maar dat moet een kind toch echt zelf doen. Het is net als lopen. Zodra ze het kunnen, moeten ze ook, maar hoe vaak zie je nog een kind van een jaar of vijf met speen en al in een wandelwagen hangen. Ja, als ik de kans kreeg deed ik dat ook nog hoor, lijkt me best eens lekker om zo door de Albert Heijn gereden te worden en ook nog te gillen als ik mijn zin niet krijg, maar zo zit het leven niet in elkaar. Met achttien hebben ze nota bene stemrecht en mogen ze meebeslissen over mijn lot in de maatschappij. Ik mag toch hopen dat hun stem op enig engagement gestoeld is.
'Ja, dan zijn jongeren weliswaar wettelijk volwassen, maar de ontwikkeling van hun hersenen is nog niet volbracht'. Dat zou pas tussen de tweeëntwintig en de zesentwintig jaar het geval zijn. Bovendien zijn jongeren op hun achttiende sociaal-emotioneel ook nog lang niet volwassen', luiden de argumenten.'
Ik kan de betogers van deze argumenten vertellen dat er op sociaal emotioneel gebied zelfs kleuters van vijftig rondlopen. Ik kan er zo een paar aanwijzen, maar dat wil niet zeggen dat hun vadertjes en moedertjes achter hun rollators mee naar de functioneringsgesprekken van hun volwassen kinderen moeten. Met hetzelfde gemak kan ik overigens jongeren aanwijzen die hun sociaal-emotionele leeftijd ver vooruit zijn.
In de discussie geeft men de voorkeur aan 'betrokkenheid', maar is het betrokkenheid waar we hier over spreken, of is het bemoeienis? Voor mij is er aan het eind van de puberteit een moment dat we onze kinderen moeten loslaten en vertrouwen moeten hebben in de opvoeding die we ze gegeven hebben. Het fundament van hun opvoeding moet ze in staat stellen een eigen leven op te bouwen. Dat zou zelfs een rituele gebeurtenis moeten zijn, waarin je als ouder plechtig belooft je niet meer ongevraagd met je kind te bemoeien. Zoals de bruidegom vroeger zijn bruid over de drempel droeg, moeten we nu onze kinderen hun eigen lot in handen geven. Zo heb ik nog nooit gebruik gemaakt van de inlogcode van mijn dochters waarmee ik hun cijfers kan bekijken. Drie keer per jaar krijg ik een rapport en dat moet genoeg zijn, vinden mijn dochters ook. Ik respecteer de persoonlijke ruimte van mijn kinderen om op hun eigen manier verantwoordelijkheid te nemen. Ze weten ook wat de consequenties zijn als ze er met de pet naar gooien, want we hebben allemaal onze taak. Als ze niet naar school gaan, liggen er thuis nog wel een paar mooie klussen voor ze.
Kinderen mogen natuurlijk ongelimiteerd om raad of een mening vragen, maar vertrouwen en respect zijn geboden, van beide kanten. Jongeren mogen leren, maar het hoeft niet. Zoals de Engelsen zeggen: "You can lead a horse to water, but you can't make him drink". Ik kan mijn kinderen van zestien niet motiveren, ik kan hen hoogstens kansen bieden en steunen, maar ik ga niet trekken aan een dood paard. Misschien ben ik bevoorrecht maar voorlopig lijkt het te werken en ben ik apetrots op mijn bijna zelfstandige jongedames.
Volgers
zondag 23 december 2012
zondag 23 september 2012
De oude pastoor
Ooit keek een oude pastoor mij meewarig aan en zei: "Ach mevrouw, kinderen zijn geen automaatjes, u kunt het alleen voorleven...". Het betrof de kwestie van de communie van onze oudste dochter. We hadden besloten onze meisjes op een katholieke basisschool te doen, zodat zij nog iets van een christelijke opvoeding zouden meekrijgen. In groep vier was het moment daar. Onze oudste dochter wilde graag, net als haar klasgenootjes, communie doen. Zo belandden wij in iets wat we ,stom genoeg, niet hadden zien aankomen. Natuurlijk wilde zij meedoen aan dit feest met mooie jurken, cadeautjes en middelpunt zijn. Ik vond dat ik het dan wel serieus moest nemen en mijn belofte om haar te steunen waar moest maken. Toen ik de oude pastoor vroeg hoe ik, zonder zelf katholiek te zijn, haar dan het geloof en de gebruiken moest bijbrengen deed hij deze uitspraak. Ik voelde me op en vriendelijke maar ondubbelzinnige manier op mijn plaats gezet. De pastoor is inmiddels teruggekeerd naar zijn vader maar zijn wijsheden leven voort; Je kunt het alleen voorleven...
Op een totaal andere manier werd me dat deze zomer weer duidelijk toen ik een week met mijn jongste dochter aan het klussen was. "Doe de kraan dicht, straks is het warme water op", "Die pollepel mag niet in het bestekbakje want dan kan de sproeier niet draaien", "Natte handdoeken mogen niet in de wasmand" en "Doe de deur van de vriezer dicht, anders zit dat ding straks weer vol met ijs". Eerlijk gezegd waren dit allemaal kleine ergernissen van mijn kant en vroeg ik me af waarom ik dit soort dingen toch altijd honderd keer moet zeggen.
"Mam, grasmaaien is eigenlijk best zwaar, pfff". Hè hè, eindelijk erkenning. Genietend van het door ons samen vers gemaaide gazon, vroeg ik me af hoe het toch kwam dat dit soort dagelijkse dingen toch steeds tot zoveel onbegrip en conflict konden leiden. Toen kwamen de woorden van de oude pastoor weer bij me boven: 'U kunt het alleen voorleven mevrouw'. Zo simpel is het. Als een jong meisje heb ik gekeken hoe de was werd gedaan, de jam gekookt, de kleren gemaakt en versteld, de fietsen onderhouden en gerepareerd , het zilver gepoetst en de kip geslacht. Dat is iets wat de jongere generaties missen. Kinderen draaien niet meer mee in de dagelijkse routine. Ze worden van jongs af aan geparkeerd in kinderdagverblijven, peuter-speelzalen en op scholen met een volledig dagprogramma zodat paps en mams ergens de kost kunnen verdienen. Bovendien doet zich vaak nog een ander fenomeen voor. Het kost minder tijd om dingen zelf te doen dan om het je kinderen te leren, en dus kiezen we vaak de kortste weg. Daardoor hebben kinderen uiteindelijk geen benul hoe dingen werken. Warm water is er toch gewoon altijd?, welke sproeier? en waarom mogen natte handdoeken niet in de wasmand?, in de was worden ze toch ook nat? Welke zot heeft ooit bedacht dat we 'quality time' met onze kinderen moeten besteden. Samen naar een pretpark, je kinderen ongevraagd advies toeschreeuwen langs de lijn van een sportveld, kinderfeestjes met ingehuurd vermaak, wat is daar de kwaliteit eigenlijk van?
Het doet me een beetje denken aan het verschil tussen welpjes in de wildernis en welpjes in de dierentuin. In de wildernis zien de welpjes hoe hun moeder een prooi vangt en leren ze spelenderwijs zelf ook te jagen. Welpjes in de dierentuin leren voor welk luik ze moeten wachten tot er een kant en klaar stuk vlees naar binnen wordt geschoven, zonder zich af te vragen waar dat vlees vandaan komt. Waarom zouden ze zich dat ook afvragen? Zolang er voldoende uit het luik komt, niets aan doen toch? Vader en moeder leeuw kunnen niet voorleven hoe het is om leeuw te zijn en dus leren de welpjes niet voor zichzelf te zorgen. Enige verschil is; die leeuwen zitten gevangen en hebben geen keus. Of zitten wij ook gevangen in ons idee van kwaliteit van leven?
Op een totaal andere manier werd me dat deze zomer weer duidelijk toen ik een week met mijn jongste dochter aan het klussen was. "Doe de kraan dicht, straks is het warme water op", "Die pollepel mag niet in het bestekbakje want dan kan de sproeier niet draaien", "Natte handdoeken mogen niet in de wasmand" en "Doe de deur van de vriezer dicht, anders zit dat ding straks weer vol met ijs". Eerlijk gezegd waren dit allemaal kleine ergernissen van mijn kant en vroeg ik me af waarom ik dit soort dingen toch altijd honderd keer moet zeggen.
"Mam, grasmaaien is eigenlijk best zwaar, pfff". Hè hè, eindelijk erkenning. Genietend van het door ons samen vers gemaaide gazon, vroeg ik me af hoe het toch kwam dat dit soort dagelijkse dingen toch steeds tot zoveel onbegrip en conflict konden leiden. Toen kwamen de woorden van de oude pastoor weer bij me boven: 'U kunt het alleen voorleven mevrouw'. Zo simpel is het. Als een jong meisje heb ik gekeken hoe de was werd gedaan, de jam gekookt, de kleren gemaakt en versteld, de fietsen onderhouden en gerepareerd , het zilver gepoetst en de kip geslacht. Dat is iets wat de jongere generaties missen. Kinderen draaien niet meer mee in de dagelijkse routine. Ze worden van jongs af aan geparkeerd in kinderdagverblijven, peuter-speelzalen en op scholen met een volledig dagprogramma zodat paps en mams ergens de kost kunnen verdienen. Bovendien doet zich vaak nog een ander fenomeen voor. Het kost minder tijd om dingen zelf te doen dan om het je kinderen te leren, en dus kiezen we vaak de kortste weg. Daardoor hebben kinderen uiteindelijk geen benul hoe dingen werken. Warm water is er toch gewoon altijd?, welke sproeier? en waarom mogen natte handdoeken niet in de wasmand?, in de was worden ze toch ook nat? Welke zot heeft ooit bedacht dat we 'quality time' met onze kinderen moeten besteden. Samen naar een pretpark, je kinderen ongevraagd advies toeschreeuwen langs de lijn van een sportveld, kinderfeestjes met ingehuurd vermaak, wat is daar de kwaliteit eigenlijk van?
Het doet me een beetje denken aan het verschil tussen welpjes in de wildernis en welpjes in de dierentuin. In de wildernis zien de welpjes hoe hun moeder een prooi vangt en leren ze spelenderwijs zelf ook te jagen. Welpjes in de dierentuin leren voor welk luik ze moeten wachten tot er een kant en klaar stuk vlees naar binnen wordt geschoven, zonder zich af te vragen waar dat vlees vandaan komt. Waarom zouden ze zich dat ook afvragen? Zolang er voldoende uit het luik komt, niets aan doen toch? Vader en moeder leeuw kunnen niet voorleven hoe het is om leeuw te zijn en dus leren de welpjes niet voor zichzelf te zorgen. Enige verschil is; die leeuwen zitten gevangen en hebben geen keus. Of zitten wij ook gevangen in ons idee van kwaliteit van leven?
donderdag 30 augustus 2012
Handen op mijn rug
Achttien kinderen keken mij gespannen aan toen ze hun tafeltje gevonden hadden en ik precies om half negen de deur van de klas met een officieel gebaar dicht trok. Ik heb de naam nogal streng te zijn, dus de kinderen keken duidelijk de kat nog even uit de boom. Een enkeling durfde mij bij binnenkomst al aan te spreken, anderen gingen liever op in het behang. Ik kan me dat zo goed voorstellen, want ik ben niet vergeten hoe ik mezelf voelde toen ik nog in de banken zat.
Ik heette de kinderen welkom, vroeg naar hun vakantie en vertelde wat ze het komende jaar konden verwachten. Het ijs was nog niet helemaal gebroken merkte ik.
Taal stond als eerste op het programma en ik legde uit wat de bedoeling was. Mét vulpen netjes in je nieuwe schrift de hele zinnen opschrijven. Bij mijn rondje door de klas zag ik twee jongens toch met een balpen aan het werk en stond ik voor een cruciaal moment. Ging ik de discussie aan of niet? Zou ik het door de vingers zien? Ik keek eerst naar hun werk en daarna keek ik de jongens een moment zwijgend aan. Ik zag dat we alle drie wisten waar het om ging. Ik besloot er weinig woorden aan vuil temaken en zette met mijn rode vulpen een kruis door het werk en zei op rustige en vriendelijke toon dat ze met hun vulpen dit werk even opnieuw moesten doen. Schoorvoetend gingen de laatjes open en kwamen de schoolpennen tevoorschijn. Ik hoorde heel zachtjes de andere kinderen zich omdraaien om te kijken wat er zich achter in de klas afspeelde. Mijn naam was weer bevestigd.
Het is niet zo dat ik er nou een bijzonder genoegen in schep om rode kruizen door kinderen hun werk te zetten, maar ik ben graag duidelijk en voorspelbaar. Dat geeft kinderen, gek genoeg, toch een veilig gevoel en voorkomt een hoop gedoe in de rest van het jaar. Mijn oma waarschuwde mij vroeger ook ten hoogste twee keer, de derde keer had ik met de consequenties te maken. Daar kon je de klok op gelijk zetten. Ik vond haar dan ook lang niet altijd aardig, maar toch was ze mijn veilig haven. Ik kan me ook nog de joviale docenten uit de jaren zeventig herinneren. We mochten plotseling Jan en Marie zeggen want meneer en mevrouw klonk toch zó afstandelijk. Als dwarse puber heb ik daar nooit aan meegedaan, want van Jan en Marie moest ik nog steeds regelmatig nablijven en het schoolplein vegen. Ik besloot mevrouw en meneer dus liever op afstand te houden.
Nu sta ik al een aantal jaren aan de andere kant en heb ik soms stiekem wel een beetje te doen met mijn leerlingen. Ik probeer dan ook geen moment onbenut te laten om ze een compliment te maken of ze te bemoedigen. De ervaring leert me dat we over een paar weken precies weten wat we aan elkaar hebben en dat we dan de vruchten plukken van deze onzekere momenten.
Opvoeden is soms met je handen op je rug toekijken hoe kinderen onderuit gaan. Zolang ze gecontroleerd onderuit gaan is dat vaak de beste leerschool, weet ik nog van mezelf.
Ik heette de kinderen welkom, vroeg naar hun vakantie en vertelde wat ze het komende jaar konden verwachten. Het ijs was nog niet helemaal gebroken merkte ik.
Taal stond als eerste op het programma en ik legde uit wat de bedoeling was. Mét vulpen netjes in je nieuwe schrift de hele zinnen opschrijven. Bij mijn rondje door de klas zag ik twee jongens toch met een balpen aan het werk en stond ik voor een cruciaal moment. Ging ik de discussie aan of niet? Zou ik het door de vingers zien? Ik keek eerst naar hun werk en daarna keek ik de jongens een moment zwijgend aan. Ik zag dat we alle drie wisten waar het om ging. Ik besloot er weinig woorden aan vuil temaken en zette met mijn rode vulpen een kruis door het werk en zei op rustige en vriendelijke toon dat ze met hun vulpen dit werk even opnieuw moesten doen. Schoorvoetend gingen de laatjes open en kwamen de schoolpennen tevoorschijn. Ik hoorde heel zachtjes de andere kinderen zich omdraaien om te kijken wat er zich achter in de klas afspeelde. Mijn naam was weer bevestigd.
Het is niet zo dat ik er nou een bijzonder genoegen in schep om rode kruizen door kinderen hun werk te zetten, maar ik ben graag duidelijk en voorspelbaar. Dat geeft kinderen, gek genoeg, toch een veilig gevoel en voorkomt een hoop gedoe in de rest van het jaar. Mijn oma waarschuwde mij vroeger ook ten hoogste twee keer, de derde keer had ik met de consequenties te maken. Daar kon je de klok op gelijk zetten. Ik vond haar dan ook lang niet altijd aardig, maar toch was ze mijn veilig haven. Ik kan me ook nog de joviale docenten uit de jaren zeventig herinneren. We mochten plotseling Jan en Marie zeggen want meneer en mevrouw klonk toch zó afstandelijk. Als dwarse puber heb ik daar nooit aan meegedaan, want van Jan en Marie moest ik nog steeds regelmatig nablijven en het schoolplein vegen. Ik besloot mevrouw en meneer dus liever op afstand te houden.
Nu sta ik al een aantal jaren aan de andere kant en heb ik soms stiekem wel een beetje te doen met mijn leerlingen. Ik probeer dan ook geen moment onbenut te laten om ze een compliment te maken of ze te bemoedigen. De ervaring leert me dat we over een paar weken precies weten wat we aan elkaar hebben en dat we dan de vruchten plukken van deze onzekere momenten.
Opvoeden is soms met je handen op je rug toekijken hoe kinderen onderuit gaan. Zolang ze gecontroleerd onderuit gaan is dat vaak de beste leerschool, weet ik nog van mezelf.
donderdag 7 juni 2012
Het nut van opa's en oma's
Wat is nou het nut van opa's en oma's? Het spekken van je spaarpot natuurlijk. Zelfs als er verschillende onvoldoendes op je rapport staan, maak je nog kans op een aanmoedigingspremie, zij het dan met een vermanende preek in plaats van complimenten, maar dat maakt qua saldo niets uit dus laat maar komen. Opa's en oma's maken zich vaak niet zo druk en zijn wat milder en rustiger dan de meeste ouders. Meestal zijn ze natuurlijk ook hopeloos ouderwets en zijn hun inzichten door recentelijk onderzoek volledig achterhaald. Dat is al te merken als de kleintjes een dagje bij opa en oma gestald worden. Er gaan vaak uitgebreide instructies mee, met regels waaraan de grootouders zich dienen te houden tijdens het oppassen. "Is goed hoor kind, ik zal er aan denken" wordt er met de vingers gekruist gezegd, maar nog voordat de auto van pa of ma de hoek om is, leggen de oudjes het minutieuze schema terzijde. Voordat de ouders het wurm weer komen ophalen wordt het het papier nog ijlings op een zichtbare plek gehangen, net als die vaas van tante Sjaan die alleen op tafel staat als zij op visite komt. Opa's en oma's hebben immers al kinderen groot gebracht en genieten gewoon van de wandelingetjes met de kleintjes. Ze kennen ook de gebruiksaanwijzing van hun kinderen en juist daar schuilt het grootste nut van grootouders in. Ze gaan conflicten met de ouders uit de weg en sluiten een verbond met de kleinkinderen. Schouderophalend horen zij de stelligheid van de ouders over moderne en vooral bewuste opvoeding aan. De kleinkinderen weten na verloop van tijd precies hoe ze zich bij opa en oma moeten gedragen en waar er voordeel te halen valt, want van drama's zijn opa en oma helaas niet zo onder de indruk. Het heeft dus weinig zin je ter aarde storten en hartverscheurend te gaan huilen en dat hebben die kleintjes gauw in de gaten. Kinderen zijn nou eenmaal meesters in het manipuleren en daar is niets mis mee. Dat is het begin van voor jezelf zorgen. Zonder gene en totaal egocentrisch willen kinderen het grootste stuk van alles, maar krijgen is een natuurlijk een ander verhaal. Ouders proberen vaak met zo'n dreumes te onderhandelen. Ze hopen op medeleven en begrip van de kleuter, maar dat hebben kleuters natuurlijk per definitie niet. Ik vind het heerlijk om te zien hoe vaders en moeders in het openbaar vaak hopen op een acceptabel compromis om maar niet met het schaamrood op hun kaken vast te staan in de rij van de supermarkt omdat hun kind daar een scene maakt die zijn weerga niet kent. Het zijn de grootouders die daar vaak minder van onder de indruk zijn.Het maakt ze op hun leeftijd niets meer uit wat anderen van hen denken, zij hebben het allemaal al eens mee gemaakt.
Zo kunnen opa en oma ook uitstekend ondertiteling geven bij het gedrag van de ouders. Als je bij je grootouders klaagt dat pa of ma onredelijk of onhebbelijk is, dan weten de grootouders maar al te goed waar het kind het over heeft. "Ach kind, dat had ze vroeger al. Niet op letten en blijf maar een poosje uit de buurt". Hiermee leren de kinderen dingen te relativeren en sociaal te manoeuvreren. Timing is heel belangrijk in de positieve manipulatie, evenals het principe van geven en nemen. Als je bij je vader iets voor elkaar wilt krijgen, moet je dat niet vragen als hij net zijn bed uit komt. Als kind had hij al een verschrikkelijk ochtendhumeur. Wacht tot na het eten, ruim de afwasmachine netjes in en vraag het dan op een rustige manier." Kijk, daar heb je wat aan als kind. Dat zijn nog eens praktische adviezen. Opa en oma weten precies hoe je zoiets moet aanpakken. Het verbond van grootouders en kinderen begint zijn vruchten af te werpen.
Opa's en oma's zijn dus geen verouderde versie ouders, het zijn grootouders en dat is iets heel anders. Daar krijg je waarschijnlijk geen wraps met tzatziki uit een potje, maar lekkere gehaktballen met zelfgemaakte rode kool. Oma heeft weliswaar geen verstand van mode, maar weet nog wel hoe je een naaimachine moet bedienen en opa had vroeger geen tijd voor zijn kinderen maar des te meer voor zijn kleinkinderen. Grootouders kunnen dingen in een ander perspectief zetten en het grote voordeel voor kinderen is dat ze vaak een beetje trager zijn, waardoor ze rust en vertrouwen geven. Bij opa en oma zitten de koekjes in een trommeltje en is het een heel ritueel voordat de thee op tafel staat. Ondertussen kan je veel te weten komen over het leven van de familie. Als je het als kind goed speelt krijg je te horen dat je moeder heus niet altijd braaf is geweest en je vader voor galg en rad dreigde op te groeien. Voor pubers is dat natuurlijk waardevolle ammunitie om in argumenten je vader en moeder de mond te snoeren. Het is toch allemaal goed gekomen en dat zal met jou vast ook zo gaan. Dat is het nut van opa's en oma's. Dat vertrouwen is onbetaalbaar. Dus opa's en oma's, er rust een zware taak op jullie schouders. Het doorgeven van de familiehistorie en de relativerende wijsheid die levenservaring met zich meebrengt.
Zo kunnen opa en oma ook uitstekend ondertiteling geven bij het gedrag van de ouders. Als je bij je grootouders klaagt dat pa of ma onredelijk of onhebbelijk is, dan weten de grootouders maar al te goed waar het kind het over heeft. "Ach kind, dat had ze vroeger al. Niet op letten en blijf maar een poosje uit de buurt". Hiermee leren de kinderen dingen te relativeren en sociaal te manoeuvreren. Timing is heel belangrijk in de positieve manipulatie, evenals het principe van geven en nemen. Als je bij je vader iets voor elkaar wilt krijgen, moet je dat niet vragen als hij net zijn bed uit komt. Als kind had hij al een verschrikkelijk ochtendhumeur. Wacht tot na het eten, ruim de afwasmachine netjes in en vraag het dan op een rustige manier." Kijk, daar heb je wat aan als kind. Dat zijn nog eens praktische adviezen. Opa en oma weten precies hoe je zoiets moet aanpakken. Het verbond van grootouders en kinderen begint zijn vruchten af te werpen.
Opa's en oma's zijn dus geen verouderde versie ouders, het zijn grootouders en dat is iets heel anders. Daar krijg je waarschijnlijk geen wraps met tzatziki uit een potje, maar lekkere gehaktballen met zelfgemaakte rode kool. Oma heeft weliswaar geen verstand van mode, maar weet nog wel hoe je een naaimachine moet bedienen en opa had vroeger geen tijd voor zijn kinderen maar des te meer voor zijn kleinkinderen. Grootouders kunnen dingen in een ander perspectief zetten en het grote voordeel voor kinderen is dat ze vaak een beetje trager zijn, waardoor ze rust en vertrouwen geven. Bij opa en oma zitten de koekjes in een trommeltje en is het een heel ritueel voordat de thee op tafel staat. Ondertussen kan je veel te weten komen over het leven van de familie. Als je het als kind goed speelt krijg je te horen dat je moeder heus niet altijd braaf is geweest en je vader voor galg en rad dreigde op te groeien. Voor pubers is dat natuurlijk waardevolle ammunitie om in argumenten je vader en moeder de mond te snoeren. Het is toch allemaal goed gekomen en dat zal met jou vast ook zo gaan. Dat is het nut van opa's en oma's. Dat vertrouwen is onbetaalbaar. Dus opa's en oma's, er rust een zware taak op jullie schouders. Het doorgeven van de familiehistorie en de relativerende wijsheid die levenservaring met zich meebrengt.
vrijdag 11 mei 2012
Voor je eigen bestwil!
Ik voel me oud en begin op mijn moeder te lijken, en dat is ongeveer het ergste wat een vrouw kan overkomen. Regelmatig vraag ik me af waar het toch heen moet met de jeugd van tegenwoordig. Dat deden mijn ouders ook, en mijn grootouders daarvoor ook al, maar ik had me heilig voorgenomen om niet zo te worden. Ik wilde niet vervallen in aftandse slogans als: 'Kinderen moet je wel kunnen zien, maar niet kunnen horen', 'Kinderen die vragen, worden overgeslagen' en 'Je hebt geen honger, je hebt trek!'. Nee, ik zou meegaan met mijn tijd. Iedere generatie heeft blijkbaar zo zijn reden om hun kinderen iets beters te gunnen dan henzelf, om zich vervolgens af te vragen waar het toch met heen moet met de jeugd van tegenwoordig.
Het krijgen van kinderen hoeft je niet meer te overkomen en dus moet het ook leuk en vooral een succesverhaal worden. Het begint al met de wazige plaatjes van de echo die trots en verwachtingsvol aan iedereen getoond worden. Vervolgens worden de kleintjes welkom geheten in een verantwoord ingerichte kinderkamer, de auto wordt ingeruild voor een soort bus om alle noodzakelijkheden voor het kleine wurm mee te nemen en vanaf dan, is alleen het beste van het beste goed genoeg.
Kindermode is een ware industrie geworden en de hoogbegaafdheid van onze populatie neemt hand over hand toe. Blijkt je kind niet hoogbegaafd, dan heeft het vast ADHD, dyslexie, PDD NOS, ADD, ODD, het syndroom van Asperger of iets anders waarvoor het extra begeleiding moet krijgen. Kinderen worden aan alle kanten gestimuleerd om aan de verwachtingen te kunnen voldoen. Alleen al voor het invullen van de CITO eindtoets worden enorme cadeau's gegeven, alsof dat zo'n prestatie is. De huiswerkinstituten rijzen als paddenstoelen uit de grond om toch vooral het kind te helpen zijn ontegenzeggelijke talenten te ontwikkelen. In de weekends worden de sportclubs druk bezocht door fanatiek aanmoedigende ouders. Er moest zelfs een SIRE campagne aan gewijd worden om het fanatisme te beteugelen.
Bij het bereiken van de respectabele leeftijd van zestien, worden hele zalen afgehuurd met professionele catering en een DJ van naam. Geen wonder dat de jonge dames en heren zich manifesteren als praatjesmakers en veeleisers. We hebben het zelf in scene gezet. Als ouder wil je je kind niet tekort doen en zeker niet in een uitzonderingspositie plaatsen, want ik weet nog heel goed hoe dat voelde. Ik ben heus niet de enige die het anders zou doen. Voor het eerste verjaardagspartijtje van mijn oudste heb ik tot diep in de nacht een heel spelletjes circuit in elkaar geknutseld en uiteindelijk bleek wurmen zoeken in de achertuin de attractie van de dag. Daar stond ik dan met mijn spelletjes. Ik zeg dus niet dat ik me nooit schuldig heb gemaakt aan de goede bedoelingen van modern ouderschap, maar steeds vaker maakt zich een enorme nuchterheid van mij meester en begin ik het grotere geheel te zien.
Toen ik mijn veertienjarige dochter betrapte op het drinken van bier, kon ik alleen maar zeggen dat dat de verkeerde volgorde was. "We gaan niet van de limonade aan de drank, je leert eerst maar koffie drinken en dan praten we verder". Ik zie veel ouders dienst doen als privé chauffeur tot ver en de puberteit van hun kroost, maar als de prinsen en prinsessen seks kunnen hebben dan kunnen ze toch zeker ook alleen met de trein? Jongens van vijftien die geen banden kunnen plakken maar wel hun haar iedere ochtend met veel aandacht en gel stylen, doen mij toch danig twijfelen aan hun zelfredzaamheid.
Opvoeden is de kunst van het doen en het laten. Mensenkinderen gedijen het best als zij leren omgaan met de tegenstellingen in het leven, met de mogelijkheden en de onmogelijkheden. Dankzij het feit dat mijn moeder geen goede kok was, heb ik alles leren eten. Omdat ik thuis nog eens de wind van voren zou krijgen als ik straf op school kreeg, heb ik ongelijke strijden zelf leren oplossen. Omdat mijn zakgeld niet toereikend was, heb ik allerlei baantjes gehad die mijn motivatie voor school weer hebben aangewakkerd. Zo kan ik uiteindelijk terugkijken op de goede kanten van frustratie en onbegrip.
Ik wil hier niet propageren dat lijden loutert, want die gedachte houdt alleen gereformeerde misdeelden op de been, maar een beetje weerstand kan geen kwaad. Een beetje tegenspel stimuleert de creativiteit en het oplossend vermogen. Als je niet vooruit mag, en niet achteruit wilt, dan ligt er links en rechts nog een hele wereld aan mogelijkheden. Uiteindelijk willen we dat onze kinderen stevige mensen worden die zelfstandig het leven aankunnen. Natuurlijk gun ik ze alle geluk van de wereld, maar geluk is zo'n vaag begrip en bestaat alleen bij de gratie van ongeluk, dus dat is weer een van die tegenstellingen. Het aanvaarden van eigen beperkingen is minstens zo belangrijk als het ontplooien van talent. Dat geldt voor mijzelf en voor mijn kinderen.
Misschien is het helemaal niet zo erg dat ik een beetje op mijn moeder begin te lijken. Als mijn dochters weer eens hun beklag hoor doen over mijn tekortkomingen en mijn onverzettelijkheid dan gooi ik ze de platste platitude die je maar kunt bedenken voor hun voeten: "Het is voor je eigen bestwil".
Het krijgen van kinderen hoeft je niet meer te overkomen en dus moet het ook leuk en vooral een succesverhaal worden. Het begint al met de wazige plaatjes van de echo die trots en verwachtingsvol aan iedereen getoond worden. Vervolgens worden de kleintjes welkom geheten in een verantwoord ingerichte kinderkamer, de auto wordt ingeruild voor een soort bus om alle noodzakelijkheden voor het kleine wurm mee te nemen en vanaf dan, is alleen het beste van het beste goed genoeg.
Kindermode is een ware industrie geworden en de hoogbegaafdheid van onze populatie neemt hand over hand toe. Blijkt je kind niet hoogbegaafd, dan heeft het vast ADHD, dyslexie, PDD NOS, ADD, ODD, het syndroom van Asperger of iets anders waarvoor het extra begeleiding moet krijgen. Kinderen worden aan alle kanten gestimuleerd om aan de verwachtingen te kunnen voldoen. Alleen al voor het invullen van de CITO eindtoets worden enorme cadeau's gegeven, alsof dat zo'n prestatie is. De huiswerkinstituten rijzen als paddenstoelen uit de grond om toch vooral het kind te helpen zijn ontegenzeggelijke talenten te ontwikkelen. In de weekends worden de sportclubs druk bezocht door fanatiek aanmoedigende ouders. Er moest zelfs een SIRE campagne aan gewijd worden om het fanatisme te beteugelen.
Bij het bereiken van de respectabele leeftijd van zestien, worden hele zalen afgehuurd met professionele catering en een DJ van naam. Geen wonder dat de jonge dames en heren zich manifesteren als praatjesmakers en veeleisers. We hebben het zelf in scene gezet. Als ouder wil je je kind niet tekort doen en zeker niet in een uitzonderingspositie plaatsen, want ik weet nog heel goed hoe dat voelde. Ik ben heus niet de enige die het anders zou doen. Voor het eerste verjaardagspartijtje van mijn oudste heb ik tot diep in de nacht een heel spelletjes circuit in elkaar geknutseld en uiteindelijk bleek wurmen zoeken in de achertuin de attractie van de dag. Daar stond ik dan met mijn spelletjes. Ik zeg dus niet dat ik me nooit schuldig heb gemaakt aan de goede bedoelingen van modern ouderschap, maar steeds vaker maakt zich een enorme nuchterheid van mij meester en begin ik het grotere geheel te zien.
Toen ik mijn veertienjarige dochter betrapte op het drinken van bier, kon ik alleen maar zeggen dat dat de verkeerde volgorde was. "We gaan niet van de limonade aan de drank, je leert eerst maar koffie drinken en dan praten we verder". Ik zie veel ouders dienst doen als privé chauffeur tot ver en de puberteit van hun kroost, maar als de prinsen en prinsessen seks kunnen hebben dan kunnen ze toch zeker ook alleen met de trein? Jongens van vijftien die geen banden kunnen plakken maar wel hun haar iedere ochtend met veel aandacht en gel stylen, doen mij toch danig twijfelen aan hun zelfredzaamheid.
Opvoeden is de kunst van het doen en het laten. Mensenkinderen gedijen het best als zij leren omgaan met de tegenstellingen in het leven, met de mogelijkheden en de onmogelijkheden. Dankzij het feit dat mijn moeder geen goede kok was, heb ik alles leren eten. Omdat ik thuis nog eens de wind van voren zou krijgen als ik straf op school kreeg, heb ik ongelijke strijden zelf leren oplossen. Omdat mijn zakgeld niet toereikend was, heb ik allerlei baantjes gehad die mijn motivatie voor school weer hebben aangewakkerd. Zo kan ik uiteindelijk terugkijken op de goede kanten van frustratie en onbegrip.
Ik wil hier niet propageren dat lijden loutert, want die gedachte houdt alleen gereformeerde misdeelden op de been, maar een beetje weerstand kan geen kwaad. Een beetje tegenspel stimuleert de creativiteit en het oplossend vermogen. Als je niet vooruit mag, en niet achteruit wilt, dan ligt er links en rechts nog een hele wereld aan mogelijkheden. Uiteindelijk willen we dat onze kinderen stevige mensen worden die zelfstandig het leven aankunnen. Natuurlijk gun ik ze alle geluk van de wereld, maar geluk is zo'n vaag begrip en bestaat alleen bij de gratie van ongeluk, dus dat is weer een van die tegenstellingen. Het aanvaarden van eigen beperkingen is minstens zo belangrijk als het ontplooien van talent. Dat geldt voor mijzelf en voor mijn kinderen.
Misschien is het helemaal niet zo erg dat ik een beetje op mijn moeder begin te lijken. Als mijn dochters weer eens hun beklag hoor doen over mijn tekortkomingen en mijn onverzettelijkheid dan gooi ik ze de platste platitude die je maar kunt bedenken voor hun voeten: "Het is voor je eigen bestwil".
maandag 23 april 2012
Leve de koningin
Ach, wat heb ik te doen met die arme Beatrix. Straks moet ze weer handjes schudden en al die meewarige blikken doorstaan. Ze zal haar schouders moeten rechten en belangstelling veinzen voor al die oud Hollandse spelletjes of andere kunstjes van de lokale bevolking.
Als ik geen zin heb om mijn verjaardag te vieren zet ik gewoon mijn telefoon uit en vlucht ik naar de kroeg of een restaurant, maar dat kan zij zich niet permitteren. Als zij zou onderduiken dan vindt iedereen daar weer wat van en gaat men er weer conclusies aan verbinden en liggen de ramptoeristen weer met camera's in de struiken, want eigenlijk willen ze natuurlijk vooral weten hoe het met Friso is, want andermans leed is blijkbaar lekker. Ze mag die lui niet eens op hun nummer zetten of zo'n opdringerige vent met dat obligate bosje bloemen om zijn oren slaan.
Ik vraag me af waarom mensen toch zo'n probleem maken van het bestaan van het koningshuis. Vroeger, leek het me nog wel voordelen hebben om koningin te zijn. Iedere onderdaan die je niet beviel kon je in de kerkers gooien of laten onthoofden op het plein, maar die privileges zijn al lang aan de beschaving geofferd. Ik zie dus absoluut niet in waarom ik de koningin zou benijden. Heden ten dage mag een koningin alleen nog maar lief zijn en moederen over het volk. Ik word kriegel van mensen die zeuren over het uit de tijd zijn van een monarchie, alsof een democratie zo zaligmakend is. Wees eerlijk, een democratie is dan misschien de beste regeringsvorm tot nu toe, maar het blijft behelpen? Kijk maar naar de laatste ontwikkelingen. Kabinet weer gevallen, mogen we weer stemmen, klinken de verhalen van alle partijen weer even mooi om vervolgens in een coalitie weer te marchanderen met beloftes en een of andere swabberende koers met gedoogsteun in te slaan. Nog afgezien van het het feit dat ik sommige mensen het liefst hun stemrecht zou ontnemen, breng ik mijn stem uit met als hoofdoel het beheersbaar houden van de schade. Van visie of principes is al lang geen sprake meer. Het is vooral een kwestie van boekhouden, van de cijfertjes rond krijgen om er even later achter te komen dat goedkoop vaak duurkoop is. Ik ben dan ook tegen het nog verder ontmantelen van de functie van de koningin. Sterker nog, ik denk dat Beatrix verreweg het meest verstandige lid van onze regering is. De rest zit er voornamelijk ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Bovendien, als een minister het verprutst kan hij lekker met jaren wachtgeld bijkomen van het onbegrip dat hem ten deel is gevallen, om even later via het 'old boys network' weer boven te komen drijven in een andere lekker betaalde functie. De koningin kan niet opstappen, want dan weet ze immers dat ze haar kind opscheept met hetzelfde lot. Het argument van de kosten van het koningshuis snijdt dan ook geen hout. Een verkeerde inschatting van een Betuwelijn of een experimentje met rekening rijden, wat er toch niet van komt, kost vele malen meer. Ik moet er trouwens ook niet aan denken dat een aantal van die heren ons land zouden moeten vertegenwoordigen, dat zou me nóg meer plaatsvervangende schaamte opleveren. Zo'n Wilders bezorgt je toch het schaamrood op je kaken. Hoewel ik best begrijp waar de man zijn frustratie vandaag komt, want hij heeft ooit een gelukkige tijd in Israël beleefd en is nu dus tegen alle moslims die allemaal zijn geliefde land bedreigen. Helaas, zo eenvoudig liggen de zaken niet. Was het leven maar zo simpel. Elke medaille heeft twee kanten. Juist daarom ben ik een groot fan van Beatrix. Haar unieke positie en haar persoonlijke integriteit maken dat zij wel een visie laat doorschemeren, al mag zij niet zeggen wat ze werkelijk vindt. Regeren is vooruitzien, is je een beeld vormen over hoe onze samenleving eruit moet zien. Daar kan je natuurlijk van mening over verschillen maar ik zou graag een ideaalbeeld horen met een bredere blik dan alleen de boekhouding van de staatskas. Eigenlijk ben ik stiekem wel benieuwd wat Beatrix allemaal zou zeggen als ze niet onder de ministeriële verantwoordelijkheid zou vallen. Zou ze dan eens lekker uithalen naar deze of gene? Of zou ze alleen maar minzaam glimlachen en er het hare van denken?
Ik hoop dat Alex inmiddels het klappen van de koninklijke zweep voldoende kent, want ik gun zijn moeder een welverdiend pensioen. Tien jaar later dan de gemiddelde Nederlander, en dat zonder klagen, mag ze van mij lekker gaan beeldhouwen, schilderen, paardrijden en zich uitleven in haar andere talenten. Wat moet het voor haar heerlijk zijn om met haar verjaardag gewoon de bel uit te zetten en te doen waar ze zin in heeft. Misschien wel gewoon gezellig met haar dierbaren in een kringetje zitten en vijfenzeventig kaarsjes uitblazen op een lekkere verjaardagstaart.
Tot slot zou ik willen pleiten dat niet alleen een koning op zijn beurt moet wachten en eerst wat levenservaring op moet doen voordat hij mag regeren, maar dat zou ook voor leden van het parlement moeten gelden. Eerst maar eens even aan den lijve ondervinden hoe het is om te werken en kinderen op te voeden, terwijl je bejaarde moeder dement door het dorp loopt, je daarvan een burnout oploopt, je werkgever daarom je contract niet verlengt en je eigenlijk ook nog vrijwilligerswerk zou moeten doen omdat je daartoe verplicht wordt door de sportvereniging van je kinderen, voordat je mag vertellen hoe het leven en de maatschappij in elkaar zit. Leve de koninging, hoera, hoera, hoera!
Als ik geen zin heb om mijn verjaardag te vieren zet ik gewoon mijn telefoon uit en vlucht ik naar de kroeg of een restaurant, maar dat kan zij zich niet permitteren. Als zij zou onderduiken dan vindt iedereen daar weer wat van en gaat men er weer conclusies aan verbinden en liggen de ramptoeristen weer met camera's in de struiken, want eigenlijk willen ze natuurlijk vooral weten hoe het met Friso is, want andermans leed is blijkbaar lekker. Ze mag die lui niet eens op hun nummer zetten of zo'n opdringerige vent met dat obligate bosje bloemen om zijn oren slaan.
Ik vraag me af waarom mensen toch zo'n probleem maken van het bestaan van het koningshuis. Vroeger, leek het me nog wel voordelen hebben om koningin te zijn. Iedere onderdaan die je niet beviel kon je in de kerkers gooien of laten onthoofden op het plein, maar die privileges zijn al lang aan de beschaving geofferd. Ik zie dus absoluut niet in waarom ik de koningin zou benijden. Heden ten dage mag een koningin alleen nog maar lief zijn en moederen over het volk. Ik word kriegel van mensen die zeuren over het uit de tijd zijn van een monarchie, alsof een democratie zo zaligmakend is. Wees eerlijk, een democratie is dan misschien de beste regeringsvorm tot nu toe, maar het blijft behelpen? Kijk maar naar de laatste ontwikkelingen. Kabinet weer gevallen, mogen we weer stemmen, klinken de verhalen van alle partijen weer even mooi om vervolgens in een coalitie weer te marchanderen met beloftes en een of andere swabberende koers met gedoogsteun in te slaan. Nog afgezien van het het feit dat ik sommige mensen het liefst hun stemrecht zou ontnemen, breng ik mijn stem uit met als hoofdoel het beheersbaar houden van de schade. Van visie of principes is al lang geen sprake meer. Het is vooral een kwestie van boekhouden, van de cijfertjes rond krijgen om er even later achter te komen dat goedkoop vaak duurkoop is. Ik ben dan ook tegen het nog verder ontmantelen van de functie van de koningin. Sterker nog, ik denk dat Beatrix verreweg het meest verstandige lid van onze regering is. De rest zit er voornamelijk ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Bovendien, als een minister het verprutst kan hij lekker met jaren wachtgeld bijkomen van het onbegrip dat hem ten deel is gevallen, om even later via het 'old boys network' weer boven te komen drijven in een andere lekker betaalde functie. De koningin kan niet opstappen, want dan weet ze immers dat ze haar kind opscheept met hetzelfde lot. Het argument van de kosten van het koningshuis snijdt dan ook geen hout. Een verkeerde inschatting van een Betuwelijn of een experimentje met rekening rijden, wat er toch niet van komt, kost vele malen meer. Ik moet er trouwens ook niet aan denken dat een aantal van die heren ons land zouden moeten vertegenwoordigen, dat zou me nóg meer plaatsvervangende schaamte opleveren. Zo'n Wilders bezorgt je toch het schaamrood op je kaken. Hoewel ik best begrijp waar de man zijn frustratie vandaag komt, want hij heeft ooit een gelukkige tijd in Israël beleefd en is nu dus tegen alle moslims die allemaal zijn geliefde land bedreigen. Helaas, zo eenvoudig liggen de zaken niet. Was het leven maar zo simpel. Elke medaille heeft twee kanten. Juist daarom ben ik een groot fan van Beatrix. Haar unieke positie en haar persoonlijke integriteit maken dat zij wel een visie laat doorschemeren, al mag zij niet zeggen wat ze werkelijk vindt. Regeren is vooruitzien, is je een beeld vormen over hoe onze samenleving eruit moet zien. Daar kan je natuurlijk van mening over verschillen maar ik zou graag een ideaalbeeld horen met een bredere blik dan alleen de boekhouding van de staatskas. Eigenlijk ben ik stiekem wel benieuwd wat Beatrix allemaal zou zeggen als ze niet onder de ministeriële verantwoordelijkheid zou vallen. Zou ze dan eens lekker uithalen naar deze of gene? Of zou ze alleen maar minzaam glimlachen en er het hare van denken?
Tot slot zou ik willen pleiten dat niet alleen een koning op zijn beurt moet wachten en eerst wat levenservaring op moet doen voordat hij mag regeren, maar dat zou ook voor leden van het parlement moeten gelden. Eerst maar eens even aan den lijve ondervinden hoe het is om te werken en kinderen op te voeden, terwijl je bejaarde moeder dement door het dorp loopt, je daarvan een burnout oploopt, je werkgever daarom je contract niet verlengt en je eigenlijk ook nog vrijwilligerswerk zou moeten doen omdat je daartoe verplicht wordt door de sportvereniging van je kinderen, voordat je mag vertellen hoe het leven en de maatschappij in elkaar zit. Leve de koninging, hoera, hoera, hoera!
vrijdag 30 maart 2012
Een nobel streven
'It takes a village to raise a child' is een spreekwoord van de Ibo stam uit Nigeria, het land waar ik de eerste zeven jaar van mijn leven heb gewoond en met een spreekwoord dat door Hillary Clinton is overgenomen als titel voor haar boek. In Afrika behoren leerkrachten tot de notabelen van het dorp, net als hier tot het midden van de jaren zeventig. Daarna werden leerkrachten hier meer tot de gelijken van de kinderen gerekend. In mijn middelbare schooltijd mochten we de leraren plotseling bij hun voornaam noemen, iets wat ik altijd geweigerd heb omdat ik van 'Kees' als straf toch het schoolplein moest vegen en dus bleef het voor mij meneer De Vries. Ik vond die formele afstand wel zo prettig en recht doen aan de nog immer geldende machtsverhouding. Ik had en heb een hekel aan die schijnvertoning van gelijkheid. "We hebben afgesproken dat...", klinkt mij nog levendig in de oren. Ik had helemaal niets afgesproken, het was gewoon een regel, opgelegd door de leerkracht, waarvoor hij met deze retorische vraag mijn instemming verwachtte. Ik hield dan altijd mijn kaken stijf op elkaar en liet de man in zijn sop gaarkoken, iets wat hem overigens vaak tot waanzin dreef, omdat hij geen grip op mij had. Als hij gewoon gezegd had wat hij van mij wilde, dan was hij integer geweest en had ik het geaccepteerd. Nu vond ik hem een waardeloze vent, waarmee ik absoluut geen zoete broodjes wenste te bakken.
Tegenwoordig sta ik zelf in de schoenen van de leerkracht en sta ik vermoedelijk als autoritair bekend. Ik voel me verantwoordelijk om mijn leerlingen met de nodige bagage het leven in te sturen. Rekenen en Taal horen bij de leerstof, maar ook een deel van de opvoeding behoort tot mijn takenpakket, simpelweg omdat ik heel wat van de wakkere uren van mijn leerlingen de enige volwassene in hun leven ben. Bepaald hufterig gedrag accepteer ik domweg niet. Ik heb niet altijd boodschap aan de persoonlijke gebruiksaanwijzing van de prinsjes en prinsesjes in mijn klas. We zijn tot elkaar veroordeeld en kunnen er maar beter het beste van maken. Ik weet, dit klinkt niet erg aardig maar ik doe er wel mijn best voor. Tot mijn stomme verbazing accepteren de kinderen deze houding van mij en lijken ze er niet onder te lijden. Ik zal het u sterker vertellen, vaak krijg ik confessies waar de ouders niet altijd weet van hebben. Zo kwam er laatst een jongetje uit mijn klas in tranen naar mij toe en vertelde me dat hij thuis ongelukkig was. Hij had vaak ruzie met zijn moeder. Zij schold hem 's morgens zijn bed uit met termen die ik nooit zou accepteren. Toen ik hoorde welke termen zij haar zoon toewierp kon ik niet anders dan beamen. Het kind was duidelijk in verwarring. Waarom mocht hij van mij niet de termen gebruiken die zijn moeder, de centrale figuur in zijn jonge leven, wel dagelijks gebruikte? Ik heb er geen twijfel over laten bestaan dat ik die terminologie in het algemeen afkeurde en het er bovendien niet mee eens was. Hij was geen kut- of kankerkind, hij was gewoon 'Jantje', een goede jongen die deze woorden niet verdiende. De tranen rolden over zijn wangen en ik had diep medelijden met het ventje. Mijn aanbod om met zijn moeder te gaan praten wees hij van de hand, 'want dan zou ze er achter komen dat hij het tegen mij verteld had en dan zou er iets voor hem zwaaien'. Ik heb hem beloofd dat ik het twee weken aan zou zien in de hoop dat zijn vader hem zou kunnen helpen. Zijn klasgenoten waren inmiddels nieuwsgierig geworden en zwierven als paparazzi om hem heen, nieuwsgierig naar wat er zo speciaal aan hem was dat de juf een onderonsje met hem aanknoopte. Ik heb de klas ferm toegesproken en heb gezegd dat Jantje problemen had en dat hij daar zelf wel iets over zou zeggen als hij dat wilde. "We laten Jan met rust, we kunnen alleen tegen hem zeggen dat als we iets voor hem kunnen betekenen dat hij een beroep op ons mag doen, punt!" Eenstemmig en lichtelijk beschaamd gehum klonk er uit de klas en toen zijn we gaan rekenen. De dag erop wilde Jan zelf graag aan de klas vertellen wat hem dwars zat. De reacties waren hartverwarmend. Kinderen keken mij vol afschuw aan in gespannen afwachting wat mijn reactie zou zijn. Ik heb mij zoveel mogelijk op de vlakte gehouden, bang dat de moeder van Jan het zwarte schaap zou worden, iets waar Jan niet mee gediend is. Ik weet, mijn gezicht spreekt boekdelen en de kinderen kunnen mij vaak beter lezen dan ik denk. In het daarop volgende weekend is het gesprek tussen vader en moeder tot een handgemeen tussen vader en stiefvader uitgelopen.Gelukkig zijn er daarna toch goede afspraken gemaakt volgens Jantje. Inmiddels heb ik tijdens een rapportgesprek mijn zorg over Jantje naar moeder uitgesproken en heb ik haar laten weten dat ik bereid ben te bemiddelen om de situatie voor Jantje te verbeteren. Ik begreep dat de situatie voor moeder zo ook niet prettig is. Ik weet niet of moeder in staat is om de situatie ten goede te keren, maar ik ben in ieder geval blij dat Jantje zoveel vertrouwen in mij heeft dat hij mij deelgenoot wilde maken van zijn problemen. Jantje speelt nu vaker met vriendjes uit de klas en weet zich gesteund door een grote kring met mensen uit zijn directe omgeving. It takes a village to raise a child en juffen horen geen vriendinnetjes te zijn. Het oude gezegde 'noblesse oblige' zou in ere hersteld moeten worden en is op nog veel meer posities in de samenleving van toepassing, maar daar kom ik vast in een ander verhaal nog wel eens op terug.
Tegenwoordig sta ik zelf in de schoenen van de leerkracht en sta ik vermoedelijk als autoritair bekend. Ik voel me verantwoordelijk om mijn leerlingen met de nodige bagage het leven in te sturen. Rekenen en Taal horen bij de leerstof, maar ook een deel van de opvoeding behoort tot mijn takenpakket, simpelweg omdat ik heel wat van de wakkere uren van mijn leerlingen de enige volwassene in hun leven ben. Bepaald hufterig gedrag accepteer ik domweg niet. Ik heb niet altijd boodschap aan de persoonlijke gebruiksaanwijzing van de prinsjes en prinsesjes in mijn klas. We zijn tot elkaar veroordeeld en kunnen er maar beter het beste van maken. Ik weet, dit klinkt niet erg aardig maar ik doe er wel mijn best voor. Tot mijn stomme verbazing accepteren de kinderen deze houding van mij en lijken ze er niet onder te lijden. Ik zal het u sterker vertellen, vaak krijg ik confessies waar de ouders niet altijd weet van hebben. Zo kwam er laatst een jongetje uit mijn klas in tranen naar mij toe en vertelde me dat hij thuis ongelukkig was. Hij had vaak ruzie met zijn moeder. Zij schold hem 's morgens zijn bed uit met termen die ik nooit zou accepteren. Toen ik hoorde welke termen zij haar zoon toewierp kon ik niet anders dan beamen. Het kind was duidelijk in verwarring. Waarom mocht hij van mij niet de termen gebruiken die zijn moeder, de centrale figuur in zijn jonge leven, wel dagelijks gebruikte? Ik heb er geen twijfel over laten bestaan dat ik die terminologie in het algemeen afkeurde en het er bovendien niet mee eens was. Hij was geen kut- of kankerkind, hij was gewoon 'Jantje', een goede jongen die deze woorden niet verdiende. De tranen rolden over zijn wangen en ik had diep medelijden met het ventje. Mijn aanbod om met zijn moeder te gaan praten wees hij van de hand, 'want dan zou ze er achter komen dat hij het tegen mij verteld had en dan zou er iets voor hem zwaaien'. Ik heb hem beloofd dat ik het twee weken aan zou zien in de hoop dat zijn vader hem zou kunnen helpen. Zijn klasgenoten waren inmiddels nieuwsgierig geworden en zwierven als paparazzi om hem heen, nieuwsgierig naar wat er zo speciaal aan hem was dat de juf een onderonsje met hem aanknoopte. Ik heb de klas ferm toegesproken en heb gezegd dat Jantje problemen had en dat hij daar zelf wel iets over zou zeggen als hij dat wilde. "We laten Jan met rust, we kunnen alleen tegen hem zeggen dat als we iets voor hem kunnen betekenen dat hij een beroep op ons mag doen, punt!" Eenstemmig en lichtelijk beschaamd gehum klonk er uit de klas en toen zijn we gaan rekenen. De dag erop wilde Jan zelf graag aan de klas vertellen wat hem dwars zat. De reacties waren hartverwarmend. Kinderen keken mij vol afschuw aan in gespannen afwachting wat mijn reactie zou zijn. Ik heb mij zoveel mogelijk op de vlakte gehouden, bang dat de moeder van Jan het zwarte schaap zou worden, iets waar Jan niet mee gediend is. Ik weet, mijn gezicht spreekt boekdelen en de kinderen kunnen mij vaak beter lezen dan ik denk. In het daarop volgende weekend is het gesprek tussen vader en moeder tot een handgemeen tussen vader en stiefvader uitgelopen.Gelukkig zijn er daarna toch goede afspraken gemaakt volgens Jantje. Inmiddels heb ik tijdens een rapportgesprek mijn zorg over Jantje naar moeder uitgesproken en heb ik haar laten weten dat ik bereid ben te bemiddelen om de situatie voor Jantje te verbeteren. Ik begreep dat de situatie voor moeder zo ook niet prettig is. Ik weet niet of moeder in staat is om de situatie ten goede te keren, maar ik ben in ieder geval blij dat Jantje zoveel vertrouwen in mij heeft dat hij mij deelgenoot wilde maken van zijn problemen. Jantje speelt nu vaker met vriendjes uit de klas en weet zich gesteund door een grote kring met mensen uit zijn directe omgeving. It takes a village to raise a child en juffen horen geen vriendinnetjes te zijn. Het oude gezegde 'noblesse oblige' zou in ere hersteld moeten worden en is op nog veel meer posities in de samenleving van toepassing, maar daar kom ik vast in een ander verhaal nog wel eens op terug.
zondag 5 februari 2012
Wet van behoud van energie
Krijgen jullie soms ook van die vragen waar je eigenlijk geen antwoord op wilt geven? Geregeld wordt mij bijvoorbeeld gevraagd of ik aan sport doe. Ik vind dat een vervelende vraag, want ik doe niet aan sport, ik houd er niet van, ik heb er gewoon geen zin in. Om direct van alle bekeringsverhalen af te zijn, antwoord ik standaard dat huisvrouw zijn al een bijzondere vorm van topsport is. Toch echoot die vraag vaak nog een beetje na, want het is niet echt hip dat je de optie alleen al direct verwerpt, maar ik zie mezelf niet in zo'n strak pakje aan allerlei apparaten sleuren en trekken zonder aanwijsbaar resultaat. Eigenlijk ben ik best hip en vooral duurzaam ingesteld en wil ik het beste voor de wereld en mezelf. Ik wil graag dat iedereen gezond en gelukkig is en dat de wereld er mooi en schoon uitziet.
Plotseling kwam er een belletje boven drijven uit mijn middelbare schooltijd, 'de wet van behoud van energie'. Dat is het! E = T + V, waarbij de T voor kinetische energie staat en de V voor potentiële. Dit is natuurlijk niet van toepassing op mezelf, maar dat verdedig ik later. Ik weet nu hoe de wereld er een stuk mooier en schoner uit kan zien. Onze westerse wereld gaat immers bijna letterlijk aan vervetting ten onder, en dat proberen we te keren met allerlei bewustwordingsprogramma's in de media over gezondheid en milieu. Allemaal leuk, maar het leidt nergens toe. We doen maar wat. Als we het echter goed aanpakken wordt het een sluitend verhaal en tevens de oplossing voor diverse problemen. Mensen zijn niet te dik, ze hebben alleen een beetje teveel potentiële energie. Sportscholen zijn dus heel goed, maar nemen tot nu toe hun maatschappelijke verantwoordelijkheid niet serieus. Als zij dat vanaf morgen wel zouden doen, dan ziet de wereld er een stuk minder lelijk uit. Mensen die te dik zijn, lees een beetje teveel potentiële energie met zich meedragen, gaan naar de sportschool en daar zetten ze op al die fantastische apparaten hun potentiële energie om in kinetische. Al die loopbanden, roeimachines en andere martelwerktuigen drijven middels wat mechanische aanpassingen een aantal enorme dynamo's aan en voeren de elektriciteit die daarmee opgewekt wordt af aan het 'groene' net. Zo worden sportscholen de nieuwe variant op energie uit 'biomassa' en worden al die calorieën elders weer gebruikt om een heerlijke ovenschotel gaar te stoven of branden de spaarlampen in mijn huis op de energie die mijn sportieve vrienden en vriendinnen een paarhonderd meter verderop in het net pompen, roeien, lopen, trekken of duwen. Zij gaan voortaan slank en welgevormd door het leven en ik mag mezelf milieubewust noemen. Dit is de ultieme win-win situatie (Ziet u wel dat ik hip ben en het hedendaagse jargon wel degelijk beheers, echt wel!)
De reden dat ik deze wetmatigheid niet op mezelf van toepassing acht, is omdat ik mijn energie steek in het maaien van het gras, snoeien van de heg, het naar beneden lopen met een mand vol met natte was die ik buiten ophang om het daarna weer naar boven te sjouwen, tassen vol met boodschappen het huis in draag, zelf zowel de buiten- als de binnenboel schilder, zware containers op de stoeprand zet en zelfs regelmatig ons eigen eten kook. Ik lig dus 's avonds vaak legitiem op de bank met een roseetje en een sigaretje en ontbreekt het mij aan welke vorm van energie dan ook.
Om de natuurkundige fundamentalisten voor te zijn weet ik heus wel dat er één belangrijke voorwaarde niet aanwezig is in mijn model, het gesloten systeem. Ach, een kniesoor die daar op let, want zeg nou zelf, het is best een briljant en vooral duurzaam idee. Je kunt niet alles hebben in het leven.
Wat mij betreft worden de bazen van energiebedrijven in mijn model dan ook de enige ware 'human resource managers'. In die andere had ik toch al geen fiducie.
Plotseling kwam er een belletje boven drijven uit mijn middelbare schooltijd, 'de wet van behoud van energie'. Dat is het! E = T + V, waarbij de T voor kinetische energie staat en de V voor potentiële. Dit is natuurlijk niet van toepassing op mezelf, maar dat verdedig ik later. Ik weet nu hoe de wereld er een stuk mooier en schoner uit kan zien. Onze westerse wereld gaat immers bijna letterlijk aan vervetting ten onder, en dat proberen we te keren met allerlei bewustwordingsprogramma's in de media over gezondheid en milieu. Allemaal leuk, maar het leidt nergens toe. We doen maar wat. Als we het echter goed aanpakken wordt het een sluitend verhaal en tevens de oplossing voor diverse problemen. Mensen zijn niet te dik, ze hebben alleen een beetje teveel potentiële energie. Sportscholen zijn dus heel goed, maar nemen tot nu toe hun maatschappelijke verantwoordelijkheid niet serieus. Als zij dat vanaf morgen wel zouden doen, dan ziet de wereld er een stuk minder lelijk uit. Mensen die te dik zijn, lees een beetje teveel potentiële energie met zich meedragen, gaan naar de sportschool en daar zetten ze op al die fantastische apparaten hun potentiële energie om in kinetische. Al die loopbanden, roeimachines en andere martelwerktuigen drijven middels wat mechanische aanpassingen een aantal enorme dynamo's aan en voeren de elektriciteit die daarmee opgewekt wordt af aan het 'groene' net. Zo worden sportscholen de nieuwe variant op energie uit 'biomassa' en worden al die calorieën elders weer gebruikt om een heerlijke ovenschotel gaar te stoven of branden de spaarlampen in mijn huis op de energie die mijn sportieve vrienden en vriendinnen een paarhonderd meter verderop in het net pompen, roeien, lopen, trekken of duwen. Zij gaan voortaan slank en welgevormd door het leven en ik mag mezelf milieubewust noemen. Dit is de ultieme win-win situatie (Ziet u wel dat ik hip ben en het hedendaagse jargon wel degelijk beheers, echt wel!)
De reden dat ik deze wetmatigheid niet op mezelf van toepassing acht, is omdat ik mijn energie steek in het maaien van het gras, snoeien van de heg, het naar beneden lopen met een mand vol met natte was die ik buiten ophang om het daarna weer naar boven te sjouwen, tassen vol met boodschappen het huis in draag, zelf zowel de buiten- als de binnenboel schilder, zware containers op de stoeprand zet en zelfs regelmatig ons eigen eten kook. Ik lig dus 's avonds vaak legitiem op de bank met een roseetje en een sigaretje en ontbreekt het mij aan welke vorm van energie dan ook.
Om de natuurkundige fundamentalisten voor te zijn weet ik heus wel dat er één belangrijke voorwaarde niet aanwezig is in mijn model, het gesloten systeem. Ach, een kniesoor die daar op let, want zeg nou zelf, het is best een briljant en vooral duurzaam idee. Je kunt niet alles hebben in het leven.
Wat mij betreft worden de bazen van energiebedrijven in mijn model dan ook de enige ware 'human resource managers'. In die andere had ik toch al geen fiducie.
zaterdag 4 februari 2012
Dromen
Ik ben bang dat ik in een soort crisis verkeer. Ik heb een geschiedenis van twaalf ambachten, dertien ongelukken maar ik droom nog steeds voort. Ik wil ergens in exceleren, maar in wat in godsnaam? Mensen die mij lief en goed gezind zijn, betichten mij soms liefdevol van verschillende talenten, maar het komt er niet uit hè. Ik ben de vijftig al voorzichtig gepasseerd en ik woon met mijn twee meiden in een rijtjeshuis, welliswaar op het hoekje en met op het eerste gezicht een redelijke tuin, maar het is en blijft een rijtjeshuis. Die tuin is niet eens van mij, dat is door mij geanneceerd openbaar groen. In ruil voor mijn burgerlijke ongehoorzaamheid houd ik het stukje grond langs de stoep vrij van bierblikjes en patatbakjes en probeer ik het voor de argeloze voorbijgangers gezellig te beplanten. Als iemand mij dat dertig jaar geleden had voorspeld, had ik hem voor gek verklaard of had ik harikiri gepleegd. Die vijftig is waarachtig een magisch getal, ik ga langzaam toch weer berrugie af. Ik had schrijfster willen worden, kritische verhalen willen schrijven, dingen zeggen die mensen bijblijven, best belangrijk zijn, iets toevoegen aan de wereld, ondanks het ontbreken van geldelijk bewijs.Veel meer dan verhalen die in een la liggen, of erger, die nog ergens op floppy's of oude computers staan waarvan de drivers niet meer werken of waarvan ik het wachtwoord ben vergeten, zijn er niet. Ik heb nog wel eens in een buurtkrantje gepubliceerd en zelfs in de schoolkrant van mijn dochters maar dat was het dan ook.
Mijn buurvrouw bracht mij een week of wat geleden op het idee om te gaan bloggen...??? Stiekem heb ik uitgezocht wat dat nou precies inhield en ziehier het resultaat. De eerste frustratie is geboren. Een hele avond heb ik geen was gevouwen, geen administratie gedaan, geen sneeuw geruimd, maar zitten modderen met het aanmaken van een blog. Ik heb uiteindelijk gekozen voor het sjabloon 'simpel', dat is voor mij voorlopig nog net te doen en straks ga ik kijken of ik het kan 'publiceren'? Toch vind ik het wel spannend, want straks staat het op het wereld wijde web, dat is nog eens wat anders dan het buurtkrantje. Ook al leest geen hond het, ik lig in iedere virtuele kiosk. Op iedere computer of mobile telefoon ben ik nu te lezen. Mocht u ( ik ben nog van de generatie die onbekenden met u aanspreekt, al weet ik best dat hooguit mijn beste vrienden dit zullen lezen, maar die vinden het vast ook wel chique om door mij met u aangesproken te worden) suggesties hebben voor een ander achtergrondkleurtje dan kan dat heel eenvoudig in het sjabloon 'simpel'. Foto's worden al ingewikkelder maar bij dringende aanvragen wil ik mij daar ook best wel in verdiepen. Wat is het toch leuk om te dromen, ik moet dat toch echt vaker doen.
Mijn buurvrouw bracht mij een week of wat geleden op het idee om te gaan bloggen...??? Stiekem heb ik uitgezocht wat dat nou precies inhield en ziehier het resultaat. De eerste frustratie is geboren. Een hele avond heb ik geen was gevouwen, geen administratie gedaan, geen sneeuw geruimd, maar zitten modderen met het aanmaken van een blog. Ik heb uiteindelijk gekozen voor het sjabloon 'simpel', dat is voor mij voorlopig nog net te doen en straks ga ik kijken of ik het kan 'publiceren'? Toch vind ik het wel spannend, want straks staat het op het wereld wijde web, dat is nog eens wat anders dan het buurtkrantje. Ook al leest geen hond het, ik lig in iedere virtuele kiosk. Op iedere computer of mobile telefoon ben ik nu te lezen. Mocht u ( ik ben nog van de generatie die onbekenden met u aanspreekt, al weet ik best dat hooguit mijn beste vrienden dit zullen lezen, maar die vinden het vast ook wel chique om door mij met u aangesproken te worden) suggesties hebben voor een ander achtergrondkleurtje dan kan dat heel eenvoudig in het sjabloon 'simpel'. Foto's worden al ingewikkelder maar bij dringende aanvragen wil ik mij daar ook best wel in verdiepen. Wat is het toch leuk om te dromen, ik moet dat toch echt vaker doen.
Abonneren op:
Reacties (Atom)