Volgers

zondag 23 december 2012

Alles over paarden in het middelbaar beroepsonderwijs

Laatst hoorde ik weer mensen discussiëren over de ouderbetrokkenheid in het middelbaar beroepsonderwijs. Dat zou het verzuim en uitval moeten tegengaan.

Het moet niet doller worden?! Dat lijkt me toch een duidelijk geval van het paard achter de wagen spannen.
In de discussie werd er ook nog onderscheid gemaakt tussen ouderparticipatie, ouderbetrokkenheid en partnerschap tussen school en ouders in het stimuleren van de ontwikkeling van het kind.

Het kind??? Ze zijn verdorie zestien tegen de tijd dat ze naar het MBO gaan. Al mijn haren gaan overeind staan, mijn principiële haren, maar ook mijn praktische haren. Ik ben als ouder blij dat ik eindelijk van al die hand- en spandiensten op scholen verlost ben, doe me een plezier zeg!

Ouderbetrokkenheid is voor mij geen onderwerp van discussie. Natuurlijk ben je betrokken bij je dierbaren, bij je ouders, je kinderen, familie en vrienden, maar dat heeft niets met school te maken. Gezonde belangstelling noem ik dat en ik heb te doen met ieder mens die dat ontbeert.

Dan het partnerschap. Ik, want ik identificeer met de de ouder in deze discussie, moet er samen met de school voor zorgen dat mijn kind gemotiveerd wordt? Het spijt me, ik zal wel een hele slechte moeder zijn, maar dat moet een kind toch echt zelf doen. Het is net als lopen. Zodra ze het kunnen, moeten ze ook, maar hoe vaak zie je nog een kind van een jaar of vijf met speen en al in een wandelwagen hangen. Ja, als ik de kans kreeg deed ik dat ook nog hoor, lijkt me best eens lekker om zo door de Albert Heijn gereden te worden en ook nog te gillen als ik mijn zin niet krijg, maar zo zit het leven niet in elkaar. Met achttien hebben ze nota bene stemrecht en mogen ze meebeslissen over mijn lot in de maatschappij. Ik mag toch hopen dat hun stem op enig engagement gestoeld is.
'Ja, dan zijn jongeren weliswaar wettelijk volwassen, maar de ontwikkeling van hun hersenen is nog niet volbracht'. Dat zou pas tussen de tweeëntwintig en de zesentwintig jaar het geval zijn. Bovendien zijn jongeren op hun achttiende sociaal-emotioneel ook nog lang niet volwassen', luiden de argumenten.'
Ik kan de betogers van deze argumenten vertellen dat er op sociaal emotioneel gebied zelfs kleuters van vijftig rondlopen. Ik kan er zo een paar aanwijzen, maar dat wil niet zeggen dat hun vadertjes en moedertjes achter hun rollators mee naar de functioneringsgesprekken van hun volwassen kinderen moeten. Met hetzelfde gemak kan ik overigens jongeren aanwijzen die hun sociaal-emotionele leeftijd ver vooruit zijn.

In de discussie geeft men de voorkeur aan 'betrokkenheid', maar is het betrokkenheid waar we hier over spreken, of is het bemoeienis? Voor mij is er aan het eind van de puberteit een moment dat we onze kinderen moeten loslaten en vertrouwen moeten  hebben in de opvoeding die we ze gegeven hebben. Het fundament van hun opvoeding moet ze in staat stellen een eigen leven op te bouwen. Dat zou zelfs een rituele gebeurtenis moeten zijn, waarin je als ouder plechtig belooft je niet meer ongevraagd met je kind te bemoeien. Zoals de bruidegom vroeger zijn bruid over de drempel droeg, moeten we nu onze kinderen hun eigen lot in handen geven. Zo heb ik nog nooit gebruik gemaakt van de inlogcode van mijn dochters waarmee ik hun cijfers kan bekijken. Drie keer per jaar krijg ik een rapport en dat moet genoeg zijn, vinden mijn dochters ook. Ik respecteer de persoonlijke ruimte van mijn kinderen om op hun eigen manier verantwoordelijkheid te nemen. Ze weten ook wat de consequenties zijn als ze er met de pet naar gooien, want we hebben allemaal onze taak. Als ze niet naar school gaan, liggen er thuis nog wel een paar mooie klussen voor ze.
Kinderen mogen natuurlijk ongelimiteerd om raad of een mening vragen, maar vertrouwen en respect zijn geboden, van beide kanten. Jongeren mogen leren, maar het hoeft niet. Zoals de Engelsen zeggen: "You can lead a horse to water, but you can't make him drink". Ik kan mijn kinderen van zestien niet motiveren, ik kan hen hoogstens kansen bieden en steunen, maar ik ga niet trekken aan een dood paard. Misschien ben ik bevoorrecht maar voorlopig lijkt het te werken en ben ik apetrots op mijn bijna zelfstandige jongedames.