Volgers

woensdag 8 juli 2020

Verbroedering

Een van mijn dochters heeft recentelijk meegedaan aan de Black Lives Matter demonstratie in Utrecht. Zij vroeg mij naar mijn mening rond dit thema. Ik haalde diep adem om mijn kijk op de protesten te geven, toen mijn andere dochter mij in de rede viel. "En zeg nou niet: All lives matter, want daar gaat het dus niet over".
Het werd een discussie tussen de generaties. Ik heb namelijk geen behoefte om te demonstreren. Liever probeer ik mijn eigen kleine bijdrage te leveren aan het beslechten van de xenofobie. Mijn dochter heeft het vuur van een jong mens en ik had de behoefte om mijn levenservaring te laten gelden en reageerde wat secundair. Dit zou kunnen worden opgevat als een gebrek aan engagement, en zo geschiede. 

Ik realiseer me dat ik me op zeer glad ijs begeef met dit onderwerp en toch wil ik er iets over zeggen. Niets zeggen vind te laf. Het blijft een hardnekkig fenomeen, discriminatie. Ieder mens discrimineert, dat is een overlevingsmechanisme. Je schat de ander in en maakt een afweging. Wat die afweging is, hangt af van je ervaring en inprenting. Ik ben nou eenmaal banger van een leeuw dan van een paard. Met paarden ben ik meer vertrouwd dan met leeuwen. Dat doet me denken aan de keer dat ik op safari naar mijn tent werd begeleid door een Masai man. Ik was bang voor alle ogen in de duisternis en hij lachte mij hartelijk en vierkant uit. Leeuwen, luipaarden, hyena's  en olifanten waren voor hem geen gevaar. Het enige dier waar hij bang voor was, was een waterbuffel. Hij vond het bijzonder lachwekkend dat ik het onderscheid niet kon maken. 
De eerste jaren van mijn leven heb ik in Afrika gewoond. Mijn vader werkte daar voor een oliemaatschappij. Daar kan je wat van vinden, maar dat was mijn kinderlijke werkelijkheid. Het verschil tussen mij en de Afrikaanse mensen viel mij niet op, althans, het was voor mij als kind een normale variatie.  Blond, donker, krullen, stijl, lang, klein, dik, dun, oud, jong, wit, zwart, het waren voor mij allemaal spelingen van de natuur. Ik heb eens aan de tuinman gevraagd hoe ik ook zo'n mooie platte neus kon krijgen. Hij heeft me altijd wijsgemaakt dat ik daarvoor, net als hij, tabak moest snuiven.
 
Na de moord op George Floyd echoot het in de hele wereld: "Black Lives Matter". Er wordt van alles bij gehaald wat naar mijn idee het belangrijkste vertroebelt, de verbroedering in het hier en nu. Het debat in de tweede kamer over institutioneel racisme vond ik tenenkrommend en leverde me een behoorlijke portie plaatsvervangende schaamte op. Onze volksvertegenwoordigers vervielen binnen het uur in jij-bakken en scheldpartijen. Oude koeien werden uit de sloot gehaald en weer gereanimeerd. Het was een weinig hoopvol tafereel.
Vanwege ons slavernij verleden worden beelden omver getrokken en overweegt men nieuwe straatnamen. Ik begrijp dat dat een gevoel van saamhorigheid teweeg brengt, maar doet het meer dan dat? Moeten wij (de witte Nederlanders) nu massaal boete doen voor de daden van onze verre voorouders? We rekenen zelfs Maxima terecht de daden van haar vader niet aan. Ik geloof niet dat zulke daden bijdragen aan een verbroedering. Dat is net zoiets als de foto's van je ex verbranden. Daarmee wordt het huwelijk niet ongedaan gemaakt. We moeten de geschiedenis niet verloochenen. Het gaat om de feiten, geplaatst in een juist tijdsbeeld. Bovendien doen we allemaal mee aan de moderne vorm van slavernij. We halen alleen die mensen niet meer naar ons eigen land. Nee, we kopen alleen de spullen die onder erbarmelijke omstandigheden worden gemaakt. 

Natuurlijk ben ik ook geschokt door wat mensen elkaar aandoen, helemaal als kleur de bron is. Ook ik discrimineer, ik geef het eerlijk toe. Ik heb ook vooroordelen, nog erger! Ik kan niet goed tegen 'hun-zeggers', ik ben bang voor mannen met tattoos in hun gezicht, Vrouwen met te lange nep nagels associeer ik met een beetje dom, ik denk dat alle pitbulls kleine hondjes doodbijten, ik verdenk mannen in een Speedo zwembroek van gay zijn (waar overigens helemaal niks mis mee is, houd me ten goede), alle donkere mensen zijn muzikaal, ik ben op mijn hoede voor priesters, omdat ze de kat in het donker knijpen, hoog opgeleid betekent ook een redelijke vorm van beschaving (hoe naïef) en op al deze vooroordelen ken ik minstens één uitzondering.

Discriminatie is niet zomaar uit te bannen, het zit in ons aller systeem en daar zit ook de verandering. Daarom ben ik trots dat mijn dochter gedemonstreerd heeft. Ze heeft daar allerlei mensen ontmoet en gehoord en er was belangstelling voor elkaars positie. Dat is voor mij de meerwaarde van de demonstratie. Zoals de Engelsen het zo mooi zeggen; The proof of the pudding is in the eating. 

Waar ik het bangst voor ben is dat we uit angst om iets verkeerds te zeggen, maar helemaal niets meer zeggen. Wat is er meer fnuikend dan dat? Houd geen veilige afstand, maar zoek toenadering tot elkaar en neem het risico om iets verkeerds te zeggen. Laten we vooral grappen blijven maken. Humor verbindt en daagt uit tot contact. De Ramadan conference vond ik dan ook geweldig en een aanrader voor iedereen om terug te kijken. Ik zou willen dat ik zulke grappen kon maken. Laten we elkaar plagen, uitdagen en een beetje in de maling nemen. We kennen allemaal de uitdrukking: Meisjes plagen, kusjes vragen. Vanwege Corona zijn kusjes natuurlijk uit den boze, maar knipogen mag nog steeds. 

Ik heb niet de pretentie dat ik kan begrijpen wat het betekent om met een donkere huidskleur in een overwegend witte samenleving te leven. Ik kan alleen mijn best doen om ieder mens te beoordelen op zijn of haar mens zijn. 

dinsdag 25 februari 2020

Je doet het er maar mee


Er moest nog een goed einde komen aan de verhalen over mijn date-ervaringen. Ik ben er lang er lang niet mee bezig geweest, maar in de laatste weken heb ik de hooiberg maar weer eens bezocht. Niet voor spannende avonturen, maar op zoek naar de speld. Ondanks mijn ambivalente gevoel bij het online daten heb ik er toch ook het staatsloterij gevoel bij; het zou toch kunnen...?
Ik kom er alleen achter dat ik het zeldzame talent heb om malloten te selecteren. Deze week trof ik een fervent FVD aanhanger, die direct de aanval opende toen ik zei dat we waarschijnlijk heel anders tegen de wereld en onszelf aankijken. Hij vond die opmerking bijzonder ondemocratisch en onprofessioneel van mij. Ik heb hem nog even laten weten dat 'onprofessioneel' redelijk misplaatst was, omdat ik niet op zoek was naar een collega. Daarna heb ik hem nog wel keurig het beste gewenst, zo ben ik, altijd correct. 
Wat mij het meeste uit mijn doen bracht, was het feit dat ik juist deze figuur trof tussen alle ongetwijfeld integere mannen. Ik heb er een neus voor en het is gewoon niet verantwoord mij op deze sites los te laten. Straks laat ik me nog in met een of andere gevaarlijke gek. De omschrijvingen zijn immers allemaal veelbelovend. Niemand beschrijft zichzelf als een ziekelijke stalker of een egocentrische kwal.
Het deed me denken aan Hans Wiegel die gewoon met de zus van zijn overleden vrouw is getrouwd en dat begrijp ik steeds beter. Dan weet je toch al een beetje wie iemand is en heb je al samen een geschiedenis, al is het in een andere rol. Zo begrijp ik ook dat programma's waarin mensen op zoek gaan naar oude liefdes zo populair zijn. Je wilt raakvlakken hebben en een beetje uit hetzelfde hout gesneden zijn.
Daarom lijkt het mij het beste als mijn dierbaren een man voor mij uitzoeken. Waar mijn dochters altijd van kilometers afstand konden zien dat het een verkeerde keus was, probeerde ik nog het beste in iemand te ontdekken. Achteraf moest ik ze met enige tegenzin gelijk geven. Ik heb geen idee hoe zij het kunnen zien, maar na n=10 moet ik toegeven dat het onderzoek onomstotelijk vaststelt dat zij een gave hebben die bij mij volstrekt ontbreekt. Ook vrienden hebben mij regelmatig met opgetrokken wenkbrauwen aangekeken. Verbaal neutraal, maar hun gezichten spraken boekdelen. Nou zijn al die ontmoetingen niet voor niets geweest, want de verhalen zorgen nog steeds voor hilariteit op feesten en partijen.
Ik denk dat ik dus maar een commissie in het leven moet roepen die een geschikte kandidaat voor mij gaat selecteren. Mijn vrienden kennen mij vaak beter dan ik mezelf ken en ik moet er maar op vertrouwen dat ze het beste met mij voor hebben. Dat scheelt mij een hoop gedoe en teleurstelling en kan ik mijn reputatie misschien nog enigszins redden. Ik zie mijn dochters al voor me. Op een goede dag komen zij dan mijn nieuwe liefde aan me voorstellen met de mededeling; Je doet het er maar mee, maak er wat van! Moeders is onder de pannen.
Als mijn dierbaren het een goede vent vinden is dat al de helft van het succes. Op deze leeftijd moet je toch in elkaars leven en entourage kunnen voegen, zonder jezelf te verloochenen.
Maar beter nog kan ik me richten op serendipiteit, het bij toeval vinden van iets waar je niet echt naar op zoek bent. Martin Bril heeft het in zijn gedicht 'Kunst' zo mooi verwoord: 'zoeken heeft dus nauwelijks zin, maar vinden wel. De kunst is zo te leven dat het je overkomt.'

maandag 14 januari 2019

Van een oud vrouwtje geweest


Met een kritische blik dook ik op een sombere wintermiddag toch weer eens in de catalogus van mannen. Met een gratis lidmaatschap van de datingsite kan ik nog steeds in de etalage kijken. Ik kan zelf niet reageren op de profielen die voorbij komen, maar, ik ben een ouderwets ingestelde vrouw. Ik vind dat de mannen het eerste contact moeten leggen. Mannen hebben nou eenmaal graag het gevoel hun prooi zelf gevangen te hebben, althans de mannen die ik leuk vind.
Met een snelle blik blader ik in eerste instantie door de foto's. De selfies herken je direct aan de grimas die het gevolg is van proberen nonchalant en ontspannen te glimlachen, je buik inhouden en tegelijkertijd het knopje van je smartphone te moeten aanraken. Onze generatie is nou eenmaal niet zo handig in het maken van selfies. Daar heb ik alle begrip voor, maar de compositie van een uit de heup schietend onderwerp met op de achtergrond de badkamer, heeft iets obsceens. 
Dan heb je de categorie waar een afgeknipte dameshand op een schouder ligt. Die hand wordt steevast aan een zus of dochter toegeschreven, maar geeft toch te denken. De ergste foto's zijn die naast een fiets in een niets verhullende fietsbroek en een shirt wat over de buik van middelbare leeftijd is heengetrokken. Hoe kunnen mannen toch denken dat dit vrouwen zou kunnen bekoren? Zelfs de ontdekking van links- of rechtsdragend is dan geen verrassing meer.

De wervende teksten zijn aan waarachtige inflatie onderhevig en differentiëren nauwelijks nog. Het zijn beschrijvingen die mij soms doen denken aan de reclame voor een tweede hands auto. Van een oud vrouwtje geweest, altijd binnen gestaan en zeker de laatste jaren nauwelijks nog bereden. Met de juiste chauffeuse in staat tot theaterbezoek, terrasbezoek, stedentrips en spontane weekendjes weg. Ze zijn op zoek naar 'jou' om samen al deze avonturen te ondernemen. Waarschijnlijk wil men de lezeres met dit persoonlijk voornaamwoord direct benaderen, in de hoop dat zij zich ook persoonlijk aangesproken voelt. Niets is minder waar. Ik vind het een vrij kansloze poging, daar wij volstrekt onbekenden voor elkaar zijn. De zelfgekozen namen waaronder sommige mannen in de catalogus staan ingeschreven zijn voor mij een absolute afknapper. Zeg nou zelf, een volwassen vent die zichzelf aan de vrouw probeert te brengen onder de naam 'Knuffelbeer', 'Just4you', 'Trouwe Hond, of 'Basje', dat is toch afwindend? 
De steevaste positieve levenshouding wordt omschreven met halfvolle glazen en geordende rugzakken. Aan deze kleurloze dooddoeners wordt uiteindelijk nog toegevoegd dat hij houdt van humor. Ik vraag mij dan af of dit een ironische vorm van zelfspot is, maar ik vrees dat er van zoveel zelfkennis weinig sprake is.

De moderne vrijgezelle man wil laten weten dat hij op zoek is naar het ware geluk. Hij is spiritueel, tantrisch en in het ergste geval nog veganistisch ook. Daarmee wil de moderne man aangeven dat hij best gevoelig is en dat het seksuele hoogtepunt langer op zich laat wachten dan de drie minuten in zijn adolescentie. Ik denk echter dat dit meer een biologische verklaring heeft dan een levensbeschouwelijke.
Veel mannen willen geen ONS. In mijn naïeve argeloosheid heb ik lang gedacht dat zij niet bereid waren tot enige verbinding, maar het blijkt een afkorting te zijn voor geen One Night Stand. Zij zijn dus op zoek naar More Night Stands, maar één keer moet toch de eerste keer zijn? Anderen zijn meer uitgesproken in hun intenties. Zij zijn op zoek naar een FWB (Friend With Benefits, oftewel een bedpartner zonder enige verplichting). Waar de vriendschap dan uit bestaat valt nog te bezien.

Hoe moet ik in deze hooiberg een integere speld vinden? Moet ik een even leugenachtige beschrijving van mezelf geven? Het staat natuurlijk buiten kijf dat ik best leuk ben, maar ik ben zeker ook eigenwijs, heb een licht ochtendhumeur, ben een rommelkont en bovendien redelijk gereserveerd. Ik ben me aan het verzoenen met de serieuze mogelijkheid dat ik geen partner meer zal vinden, maar ergens kruipt het bloed ook waar het niet gaan kan. De ongeneeslijke romantica in mij zou het toch fijn vinden om me verbonden te voelen met een geliefde, iemand bij wie ik thuis kan komen. Natuurlijk vis ik op mijn leeftijd in de vijver van de tweede handsjes. Die hoeft van mij niet altijd binnen gestaan te hebben, liever niet zelfs. Vertel mij over de weg die je hebt afgelegd en misschien kruisen onze wegen en komen we elkaar steeds vaker tegen, om uiteindelijk te besluiten dat we samen dezelfde kant op willen.


maandag 19 november 2018

Nieuwe liefde


Het begon allemaal met het aanmaken van een profiel op een datingsite. Een site voor hoger opgeleiden leek me de een goede keus. 
Het schrijven van de tekst vond ik lastig, want hoe omschrijf je jezelf in een objectief en aantrekkelijk beeld, zonder gelijk je hele wezen prijs te geven. Ik realiseerde me terdege dat ik dan op het wereldwijde web te kijk zou staan voor iedereen en je weet maar nooit welke gluiperd zich dan aan je vergaapt. 
Natuurlijk wilde ik ook weer niet te arrogant en defensief overkomen, dus in bescheiden termen schreef ik dat ik een brede belangstelling heb, mij in een fijne sociale kring begeef en er nog redelijk uitzie voor mijn leeftijd. Daarnaast vond ik toch dat de eerlijkheid mij gebood om ook een tipje van de sluier van mijn mindere kwaliteiten op te lichten. Fout!
De online datingwereld is een verborgen uithoek van de maatschappij, waar andere omgangsvormen gelden. Men beschrijft zichzelf daar zonder enige gêne als de vangst van de dag. Daar ben ik gaandeweg wel achter gekomen. Mijn doelgroep is mannen boven de 55, niet het meest veelbelovende cohort, maar wel een bijzonder fascinerende groep. De tijd dringt immers. Hoe lang houdt hun prostaat het nog vol?
Na het aanmaken van een eigen profiel ging er een wereld voor me open. Ik kreeg toegang tot de catalogus van mannen, een bijna eindeloze reeks van dikke voldoendes. De sportieve bourgondiërs en levensgenieters vlogen voorbij. Allemaal jonger dan hun leeftijd zou doen vermoeden. Foto's van avonturen in de meest spannende uithoeken van de aarde bereikten mijn beeldscherm. Ik las met grote gretigheid de profielen en ondanks mijn minder wervende tekst kreeg ik toch gelijk de nodige reacties. Mijn ego groeide met de minuut.
Waar ik in mijn dagelijks leven nauwelijks potentiële kandidaten kon ontwaren, had ik hier een hele kolonie gevonden. Ik raakte al snel met een aantal matches in een virtueel gesprek en plande simultaan een aantal afspraken in. Ik had geen tijd meer om doelloos voor de tv te hangen en mailde me suf. Ik genoot van alle belangstelling en zag voor me hoe ik binnenkort weer iemand naast me zou hebben. Iemand met wie ik de hele zondag in bed kon liggen, iemand met wie ik op vakantie hand in hand op het strand kon lopen, me verheugen op het weerzien, iemand bij wie ik thuis kon komen, al hoefde dat niet letterlijk zo te zijn. Kortom het was gedaan met de eenzaamheid.

Met mijn haren gewassen, benen geschoren, nagels gelakt en omhuld met een subtiel luchtje ging ik op weg naar mijn eerste date. Ik probeerde mijn zenuwen de baas te blijven bij het binnenlopen van het gekozen etablissement. Mijn oog viel op een wat uitgeblust figuur en ik voelde een lichte paniek opkomen. O God, dat zal hem toch niet zijn? Te laat! Op datzelfde moment stak hij met een sceptische blik zijn hand met gestrekte arm uit. Hij leek tenminste de helft van het leed van de wereld met zich mee te torsen en bezorgde mij het gevoel een oppervlakkige blije geit te zijn. Niet gelijk oordelen! Misschien had hij net te horen gekregen dat zijn kat was overreden, of zijn demente moeder werd vermist. Misschien was hij wel verlegen.
Ik probeerde hoopvol het gesprek vlot te trekken bij het obligate kopje koffie. Het was een moeizame conversatie. Toen ik voorstelde over te gaan op de wijn, bleek hij belangrijker zaken op de agenda te hebben staan. Mijn voorstel voor wijn op de vroege middag en mijn kleurrijke verschijning ten spijt, een levensgenieter kon ik niet in hem ontdekken. De teleurstelling was helaas wederzijds en ik kon niet anders dan berusten in het feit dat deze man het in ieder geval niet zou worden. Gelukkig had ik nog een aantal andere pijlen op mijn boog. Zo volgden er nog een aantal ontmoetingen, waarvan de levenslust mij in de mijn nieuwe laarsjes zakte. Wat was er mis met mij? Was ik te kritisch? Moest ik het meer kans geven?
Bij de eerste de beste die mijn oppervlakkige kleurigheid wel kon waarderen belandde ik gelijk in bed en voelde ik me geliefd. Hij had genoten van de avond, zei hij, en toch bracht het daglicht weer enige twijfel bij mij naar boven. Het was gewoon onwennigheid, besloot ik.
Het weekend daarop spraken we weer af, dit keer bij hem thuis. Ik kwam in een huis met witte plavuizen en een praktisch interieur. Hij was klaarblijkelijk een nieuw leven begonnen en had alles bij zijn ex achter gelaten. Ik heb de thee maar overgeslagen en bevestigde met mijn keus voor een glas wijn, mijn bandeloze en oppervlakkige bestaan. Na het derde glas lukte het me om de alarmbellen in mijn hoofd uit te zetten, maar ik wist ook dat ik inmiddels niet meer kon rijden. Er zat dus niets anders op dan ook deze afspraak tot de volgende morgen te volbrengen. Zodra ik wakker werd keek ik naar de man naast mij die meer terminaal leek te snurken, dan levenslustig droomde over een mooie toekomst. Ook dit was niet mijn prins.
Op mijn weg naar buiten verzamelde ik geruisloos alles waar ik mee gekomen was. Laf, trok ik zachtjes de deur achter me dicht. Pas op de snelweg kwam ik weer tot mezelf. Thuis, onder de douche, spoelde ik de nacht van me af. Ik voelde me verslagen. Waarom hoopte ik toch steeds, tegen beter weten in, dat ik een kikker kon kussen, die dan zou veranderen in een woest aantrekkelijke prins. Een kikker is en blijft een kikker, helaas. Het was tijd voor voor een andere strategie.


donderdag 5 april 2018

'Moeten'


Afbeeldingsresultaat voor we can do it

Minster van OCW, mevrouw van Engelshoven is op een missie. Vrouwen moeten meer gaan werken! Waarom? Omdat zij dan financieel onafhankelijk zouden zijn, mocht er iets met hun partner gebeuren. Nou heb ik al een bijzondere hekel aan het woord 'moeten', maar daarnaast irriteert haar redenatie mij om meerdere redenen. Vrouwen zouden te kwetsbaar zijn als zij niet zelfstandig zorg kunnen dragen voor hun kinderen. Wij zouden het wat dat betreft een stuk 'slechter' doen dan de landen om ons heen. Waar blijven de mannen in dit verhaal? Die 'moeten' meer huishoudelijk werk gaan verrichten, zegt deze dame met haar emancipatoire vriendinnen. Nou heb ik zelf ook een een broertje dood aan stofzuigen en ramen lappen, maar dat kan toch niet de reden zijn voor het betoog dat mannen deze klussen meer moeten gaan doen? Dit verhaal is wel erg kort door de bocht. Wat is beter, en voor wie eigenlijk?
Volgens het World Happiness report staan in Europa, de Nederlanders, samen met alle Scandinavische landen in de top 10. Frankrijk en Duitsland zijn hier niet in terug te vinden, dus waar is het oordeel 'slechter' op gebaseerd. Kinderen krijg je met elkaar en dan bedoel ik zelfs niet alleen als ouders. Kinderen zijn de nieuwe generatie van de gehele samenleving en om de verantwoordelijkheid voor een goede opvoeding alleen bij de moeders en vrouwen neer te leggen vind ik getuigen van een nogal beperkte maatschappijvisie. Scandinavische vrouwen hebben meer full time banen, dat is zeker waar, maar de opvang en het onderwijs is daar ook wel een tikkie anders geregeld. Dit is dus appels met peren vergelijken.
Laten we nu eens niet alleen naar het gazon van de buren kijken, maar naar de complete tuin. Ik kan wel 100 oplossingen bedenken voor de armoedeval van vrouwen. Bijvoorbeeld een goede regeling voor weduwen en weduwnaars, want er zijn ook mannen die de kost verdienen en tegelijk kinderen moeten opvoeden. Betere werktijden voor ouders van jonge kinderen. lijkt me ook een uitstekende optie. Vrouwen beter voorlichten over de financiële consequenties van bepaalde keuzes, want veel vrouwen, in ieder geval van mijn generatie, laten het regelen van financiën nog steeds over aan de mannen. Veel banen waar hoofdzakelijk vrouwen werken, worden nog steeds onderbetaald. Meer werken is wat mij betreft dus niet per se de meest logische keuze. Je kunt ook gewoon meer loon eisen voor werk in de zorg, het onderwijs en andere typisch vrouwelijke beroepen.
Om nog even in de beeldspraak van het groenere gras van de buren te blijven; wat is de adder onder ons, volgens de minister, armoedige gras? Dat is een rapport van de OESO dat waarschuwt voor een tekort op de arbeidsmarkt. Dat is dus een ander verhaal dan de zogenaamde bezorgdheid over de kwetsbaarheid van vrouwen. Ook valide, maar het zet ons vrouwen wel in een andere positie dan de stumpers die in een flatje drie hoog achter dreigen te belanden.Vrouwen zijn dus nodig om de samenleving draaiende te houden. Natuurlijk zijn wij daarvoor nodig, altijd al geweest. De vraag is meer hoe we dat met elkaar gaan organiseren. Het is belangrijk om eerst de vraag helder te krijgen, voordat we een oplossing door onze strot geduwd krijgen. Zeker van een overheid verwacht ik een bredere blik dan per decreet te moeten horen hoe ik mijn leven moet inrichten en dat het ook nog eens voor mijn eigen bestwil is. Geld is wat mij betreft niet de hoogste waarde in het leven. We moeten hooguit met elkaar bedenken hoe we alle taken in de samenleving gaan verdelen. Er moet geld verdiend worden, kinderen moeten op een liefdevolle manier opgevoed en groot gebracht worden, ouderen en andere kwetsbaren verdienen een goede zorg en zo zijn er nog een heel aantal taken en vooral ook middelen te verdelen. Hoe we die verdelen en wie welke taak op zich neemt, is wat mij betreft een veel interessantere en waardevoller discussie dan de pedante stelling dat vrouwen meer moeten gaan werken.

maandag 2 oktober 2017

Veel beloven, weinig geven...

Plotseling komt met enige gêne een zinnetje uit het liedje 'Ik zou wel eens willen weten' van Jules de Korte naar boven. Het is een ontzettend gedateerd, zeurderig en truttig lied en past helemaal niet bij de strijdvaardige sfeer van de aanstaande staking in het primair onderwijs. Misschien is het het tweede deel van de zin, dat per couplet verandert, dat mij herinnert. Waarom zijn de leerkachten boos? Hoe vat je dat samen? Een cynische poging:


U zou nu toch moeten weten, waarom zijn de leerkrachten boos?
Wat dacht u van heel grote klassen
en overal mouwen aan passen
en daar geen rekeningen van kunnen betalen,
daarom zijn de leerkrachten boos!

Maar we zouden geen liedjes zingen, geen ludieke acties, geen polonaise, maar gewoon boos zijn en hopen dat we nou eindelijk eens doordringen tot de mensen die erover gaan. Het onderwijs is net een gemiddelde zolder. Er wordt van alles neergezet zonder er ooit nog kritisch naar te kijken. De verantwoordelijkheid die leerkrachten hadden in de tijd van Jules is verzwaard met allerlei hedendaagse verwachtingen en taken die er in de loop van de jaren gedumpt zijn. De jongere generatie kiest steeds in mindere mate voor dit wankele bouwwerk, waar we met man en macht proberen de boel overeind te houden. Het gaat mij niet alléén om geld, het gaat om de renovatie van de zolder. Het wordt tijd om de taken eens kritisch te bekijken, samen met de mensen die er werken. 

Heeft het zin om kinderen te leren wat gezonde voeding is? Doen zij de boodschappen? Heeft het zin om naar de tweede kamer te gaan, of kan je het beter dichter bij huis en de leefwereld van kinderen houden en op bezoek gaan bij je eigen gemeente? Ik begrijp dat politici denken dat Den-Haag het centrum van Nederland is, maar daar denk ik persoonlijk anders over. Heeft het zin om alles wat je in de klas doet en zegt nog eens op te schrijven als de kinderen naar huis zijn? Voor wie besteden we daar onze kostbare tijd aan? Zijn de CITO toetsen betrouwbaar en een indicatie voor de mogelijkheden van een kind? Vooral over deze toetsen zou ik trouwens nog een heel relaas kunnen schrijven. Wat is de taak van de ouders en wat is de taak van de school en wat mogen we redelijkerwijs van elkaar verwachten? Is passend onderwijs nou wel zo'n goed idee en voor wie of wat eigenlijk? Kortom, tijd om eens te gaan reorganiseren. Staat het moderne Human Resource Management niet gewoon voor het faciliteren van de mensen op de werkvloer om hun taken goed en binnen de uren te kunnen uitvoeren? De mensen zijn geen kostenpost, maar juist een investering, een (hulp)middel, luidt het credo van de ware HR-manager. Nou, dat is eigenlijk precies wat wij verwachten, een investering in het achterstallig onderhoud van onze gezamenlijke onderwijszolder en daar zijn wij deel van. Ons fop je niet meer met onbegrijpelijke CAO's en dan haal ik nogmaals mijn oma zaliger aan; 'veel beloven, weinig geven doet de gek in vreugde leven'. En daarom zijn de leerkrachten boos!

We zijn overigens niet de enigen die kampen met het gebrek aan (financiële) erkenning voor ons vak en onze inzet. Ik zou tegen de politie en de verpleging willen zeggen: "Voel je vooral vrij ons voorbeeld te volgen".

maandag 6 februari 2017

De emancipatie en het badwater

De emancipatie van de vrouw, wat heeft het ons gebracht? Tijdens mijn studietijd had ik idealen en waren de jongens en de meisjes gelijk. Zo gelijk zelfs, dat ik korte tijd in een tuinbroek heb gelopen, ik geef het eerlijk toe. Weliswaar in een leuk pastelkleurtje, maar toch. Veel van onze moeders waren thuismoeders en dat zou ons niet gebeuren. Wij konden verder leren en zouden later part-time gaan werken, evenals onze partners. En we zouden van het leven gaan genieten, dat was voor ons welvaart.
En nu, vijfendertig jaar later, werken de meeste mannen nog full-time en zijn we als vrouw uitgeblust omdat we en vrouw, en moeder, en professional tegelijk moeten zijn, We ontlenen van alles aan ons werk en bij voorgeprogrammeerde activiteiten plannen we quality time met onze kinderen. In die waan van de dag hebben we geen tijd meer om te reflecteren.
Ik denk terug aan mijn jeugdig perspectief, waar vrijheid een groot goed was. We zouden tijd hebben om te doen waar we zin in hadden. De jongens zouden nooit hun hard werkende vaders achterna gaan die alleen op zondag tijd hadden om het vlees te snijden en de meisjes zouden ook buitenshuis gaan werken, omdat zij niet alleen maar wilden zorgen. Tot zover is het gelukt, alleen van die vrijheid is niet zoveel terecht gekomen. De bedrijfsvoering van een modern gezin vergt een doordachte logistiek en we zijn vervreemd van allerlei zelfvoorzienende bezigheden. Welke puber kan nog een band plakken, wie kan er nog zelf rode kool maken, welk kind kan nog een fantasiewereld creëren met louter wat hij buiten vindt.
Waarom hebben we het krijgen van kinderen niet gewoon meegenomen in onze gezamenlijke routine en moeten we de opvang uitbesteden aan professionele opvang of grootouders, als die tenminste nog voor hun kwakkelfase met pensioen kunnen. Flexibel is het codewoord, behalve als het op werktijden aankomt. We moeten toch kunnen wennen aan het feit dat een deel van onze collega's om drie uur naar huis gaat als de de kinderen uit school komen. Anderen werken misschien graag wat later en kunnen dan lekker aan tafel schuiven. Dat zou trouwens ook goed zijn voor het toenemende fileprobleem. Zo kan het thuisfront beter bemand worden en creëren we rust voor onszelf. Dat scheelt weer een cursus mindfulness.
Daarnaast missen we een belangrijk fenomeen wat ik in de natuur terugzie. Jonge dieren zijn getuige van het leven van hun ouders en worden langzaam opgevoed in het zelfstandig opereren. Ze krijgen bescherming, eten en warmte en zien hoe hun ouders dit veroveren. Langzaam worden zij gespeend en moeten zij steeds meer in hun eigen onderhoud voorzien, totdat zij in staat zijn om op eigen benen te staan. Dat begint bij een welpje door stoer met zijn kleine tandjes aan de prooi te trekken, later mag hij met de nog levende prooi spelen en het zelf doden en pas daarna gaat hij op jacht.
Ik stel mijn leerlingen wel eens de vraag wat hun ouders voor werk doen en tot mijn stomme verbazing weten maar heel weinig kinderen waar hun ouders nou zo druk mee zijn. Ze verdwijnen gewoon 's morgens in pak of werkkleding naar kantoor of naar de zaak en daar doen ze belangrijke dingen. In de randstad hebben we geen boerenkinderen die hun ouders op het land zien werken en geen kinderen van de timmerman die hun vader in de werkplaats zien. Kinderen hoeven niet meer te helpen om het eten op tafel te krijgen, want dat wordt in korte tijd geassembleerd met voorbewerkte ingrediënten. Ik weet, ik generaliseer, maar de lol en het belang van zelfvoorzienend zijn is met het badwater van de emancipatie voor een groot deel weggespoeld. Ik vrees dat het kinderen zelfs angstig maakt, want hoe kan je zelfvertrouwen ontwikkelen als je niet weet wat je te wachten staat. Als je maar goede cijfers op school haalt, dan komt het allemaal wel goed, maar waarom je dingen moet leren is vaak volstrekt onduidelijk.
Ik bepleit hier geenszins een teruggang naar het verleden, want ik ben maar wat blij met veel van de vooruitgang, maar ik hoop van harte dat we wat creatiever met onze verworvenheden leren omgaan.