Achttien kinderen keken mij gespannen aan toen ze hun tafeltje gevonden hadden en ik precies om half negen de deur van de klas met een officieel gebaar dicht trok. Ik heb de naam nogal streng te zijn, dus de kinderen keken duidelijk de kat nog even uit de boom. Een enkeling durfde mij bij binnenkomst al aan te spreken, anderen gingen liever op in het behang. Ik kan me dat zo goed voorstellen, want ik ben niet vergeten hoe ik mezelf voelde toen ik nog in de banken zat.
Ik heette de kinderen welkom, vroeg naar hun vakantie en vertelde wat ze het komende jaar konden verwachten. Het ijs was nog niet helemaal gebroken merkte ik.
Taal stond als eerste op het programma en ik legde uit wat de bedoeling was. Mét vulpen netjes in je nieuwe schrift de hele zinnen opschrijven. Bij mijn rondje door de klas zag ik twee jongens toch met een balpen aan het werk en stond ik voor een cruciaal moment. Ging ik de discussie aan of niet? Zou ik het door de vingers zien? Ik keek eerst naar hun werk en daarna keek ik de jongens een moment zwijgend aan. Ik zag dat we alle drie wisten waar het om ging. Ik besloot er weinig woorden aan vuil temaken en zette met mijn rode vulpen een kruis door het werk en zei op rustige en vriendelijke toon dat ze met hun vulpen dit werk even opnieuw moesten doen. Schoorvoetend gingen de laatjes open en kwamen de schoolpennen tevoorschijn. Ik hoorde heel zachtjes de andere kinderen zich omdraaien om te kijken wat er zich achter in de klas afspeelde. Mijn naam was weer bevestigd.
Het is niet zo dat ik er nou een bijzonder genoegen in schep om rode kruizen door kinderen hun werk te zetten, maar ik ben graag duidelijk en voorspelbaar. Dat geeft kinderen, gek genoeg, toch een veilig gevoel en voorkomt een hoop gedoe in de rest van het jaar. Mijn oma waarschuwde mij vroeger ook ten hoogste twee keer, de derde keer had ik met de consequenties te maken. Daar kon je de klok op gelijk zetten. Ik vond haar dan ook lang niet altijd aardig, maar toch was ze mijn veilig haven. Ik kan me ook nog de joviale docenten uit de jaren zeventig herinneren. We mochten plotseling Jan en Marie zeggen want meneer en mevrouw klonk toch zó afstandelijk. Als dwarse puber heb ik daar nooit aan meegedaan, want van Jan en Marie moest ik nog steeds regelmatig nablijven en het schoolplein vegen. Ik besloot mevrouw en meneer dus liever op afstand te houden.
Nu sta ik al een aantal jaren aan de andere kant en heb ik soms stiekem wel een beetje te doen met mijn leerlingen. Ik probeer dan ook geen moment onbenut te laten om ze een compliment te maken of ze te bemoedigen. De ervaring leert me dat we over een paar weken precies weten wat we aan elkaar hebben en dat we dan de vruchten plukken van deze onzekere momenten.
Opvoeden is soms met je handen op je rug toekijken hoe kinderen onderuit gaan. Zolang ze gecontroleerd onderuit gaan is dat vaak de beste leerschool, weet ik nog van mezelf.