Het werd een discussie tussen de generaties. Ik heb namelijk geen behoefte om te demonstreren. Liever probeer ik mijn eigen kleine bijdrage te leveren aan het beslechten van de xenofobie. Mijn dochter heeft het vuur van een jong mens en ik had de behoefte om mijn levenservaring te laten gelden en reageerde wat secundair. Dit zou kunnen worden opgevat als een gebrek aan engagement, en zo geschiede.
Ik realiseer me dat ik me op zeer glad ijs begeef met dit onderwerp en toch wil ik er iets over zeggen. Niets zeggen vind te laf. Het blijft een hardnekkig fenomeen, discriminatie. Ieder mens discrimineert, dat is een overlevingsmechanisme. Je schat de ander in en maakt een afweging. Wat die afweging is, hangt af van je ervaring en inprenting. Ik ben nou eenmaal banger van een leeuw dan van een paard. Met paarden ben ik meer vertrouwd dan met leeuwen. Dat doet me denken aan de keer dat ik op safari naar mijn tent werd begeleid door een Masai man. Ik was bang voor alle ogen in de duisternis en hij lachte mij hartelijk en vierkant uit. Leeuwen, luipaarden, hyena's en olifanten waren voor hem geen gevaar. Het enige dier waar hij bang voor was, was een waterbuffel. Hij vond het bijzonder lachwekkend dat ik het onderscheid niet kon maken.
De eerste jaren van mijn leven heb ik in Afrika gewoond. Mijn vader werkte daar voor een oliemaatschappij. Daar kan je wat van vinden, maar dat was mijn kinderlijke werkelijkheid. Het verschil tussen mij en de Afrikaanse mensen viel mij niet op, althans, het was voor mij als kind een normale variatie. Blond, donker, krullen, stijl, lang, klein, dik, dun, oud, jong, wit, zwart, het waren voor mij allemaal spelingen van de natuur. Ik heb eens aan de tuinman gevraagd hoe ik ook zo'n mooie platte neus kon krijgen. Hij heeft me altijd wijsgemaakt dat ik daarvoor, net als hij, tabak moest snuiven.
Na de moord op George Floyd echoot het in de hele wereld: "Black Lives Matter". Er wordt van alles bij gehaald wat naar mijn idee het belangrijkste vertroebelt, de verbroedering in het hier en nu. Het debat in de tweede kamer over institutioneel racisme vond ik tenenkrommend en leverde me een behoorlijke portie plaatsvervangende schaamte op. Onze volksvertegenwoordigers vervielen binnen het uur in jij-bakken en scheldpartijen. Oude koeien werden uit de sloot gehaald en weer gereanimeerd. Het was een weinig hoopvol tafereel.
Vanwege ons slavernij verleden worden beelden omver getrokken en overweegt men nieuwe straatnamen. Ik begrijp dat dat een gevoel van saamhorigheid teweeg brengt, maar doet het meer dan dat? Moeten wij (de witte Nederlanders) nu massaal boete doen voor de daden van onze verre voorouders? We rekenen zelfs Maxima terecht de daden van haar vader niet aan. Ik geloof niet dat zulke daden bijdragen aan een verbroedering. Dat is net zoiets als de foto's van je ex verbranden. Daarmee wordt het huwelijk niet ongedaan gemaakt. We moeten de geschiedenis niet verloochenen. Het gaat om de feiten, geplaatst in een juist tijdsbeeld. Bovendien doen we allemaal mee aan de moderne vorm van slavernij. We halen alleen die mensen niet meer naar ons eigen land. Nee, we kopen alleen de spullen die onder erbarmelijke omstandigheden worden gemaakt.
Natuurlijk ben ik ook geschokt door wat mensen elkaar aandoen, helemaal als kleur de bron is. Ook ik discrimineer, ik geef het eerlijk toe. Ik heb ook vooroordelen, nog erger! Ik kan niet goed tegen 'hun-zeggers', ik ben bang voor mannen met tattoos in hun gezicht, Vrouwen met te lange nep nagels associeer ik met een beetje dom, ik denk dat alle pitbulls kleine hondjes doodbijten, ik verdenk mannen in een Speedo zwembroek van gay zijn (waar overigens helemaal niks mis mee is, houd me ten goede), alle donkere mensen zijn muzikaal, ik ben op mijn hoede voor priesters, omdat ze de kat in het donker knijpen, hoog opgeleid betekent ook een redelijke vorm van beschaving (hoe naïef) en op al deze vooroordelen ken ik minstens één uitzondering.
Discriminatie is niet zomaar uit te bannen, het zit in ons aller systeem en daar zit ook de verandering. Daarom ben ik trots dat mijn dochter gedemonstreerd heeft. Ze heeft daar allerlei mensen ontmoet en gehoord en er was belangstelling voor elkaars positie. Dat is voor mij de meerwaarde van de demonstratie. Zoals de Engelsen het zo mooi zeggen; The proof of the pudding is in the eating.
Waar ik het bangst voor ben is dat we uit angst om iets verkeerds te zeggen, maar helemaal niets meer zeggen. Wat is er meer fnuikend dan dat? Houd geen veilige afstand, maar zoek toenadering tot elkaar en neem het risico om iets verkeerds te zeggen. Laten we vooral grappen blijven maken. Humor verbindt en daagt uit tot contact. De Ramadan conference vond ik dan ook geweldig en een aanrader voor iedereen om terug te kijken. Ik zou willen dat ik zulke grappen kon maken. Laten we elkaar plagen, uitdagen en een beetje in de maling nemen. We kennen allemaal de uitdrukking: Meisjes plagen, kusjes vragen. Vanwege Corona zijn kusjes natuurlijk uit den boze, maar knipogen mag nog steeds.
Ik heb niet de pretentie dat ik kan begrijpen wat het betekent om met een donkere huidskleur in een overwegend witte samenleving te leven. Ik kan alleen mijn best doen om ieder mens te beoordelen op zijn of haar mens zijn.