Gelukkig ben ik nooit ten prooi gevallen aan alle testen en stempels die er tegenwoordig beschikbaar zijn, anders had ik er vermoedelijk mee kunnen kwartetten. Gewicht, lengte, motorische-, linguïstische- en sociaal-emotionele ontwikkeling, prestaties op school, alles moet gemeten worden en in een normale verdeling worden ondergebracht, en vooral ook passen! Past het niet? Dan persen we die dreumesen wel door de mal van normaliteit. Er is een scala aan syndromen waardoor kinderen een wat afwijkende ontwikkeling of bijzonder gedrag kunnen vertonen. Ik noem er een paar waar ik als schooljuffrouw dagelijks mee geconfronteerd word. Allereerst en bovenal natuurlijk dyslexie, maar wie heeft dat nou niet? Dyscalculie, dyspraxie, ADHD en die is er trouwens ook in de variant zonder de H. Dan is er nog ODD en NLD. Helemaal populair zijn de aan-autisme-verwante-spectrum-stoornissen zoals het syndroom van Asperger, PDD-NOS en recentelijk is daar ook MCDD aan toegevoegd.
Wekelijks komt er een zwerm aan hulpverleners de school binnen om kinderen en leerkrachten bij te staan in de omgang met al deze kwalen. Als u dit leest denkt u misschien dat ik bij het speciaal onderwijs in dienst ben, of misschien meer aannemelijk nog, bij een sanatorium ergens in de bossen. Niets is echter minder waar. Ik werk op een hele gewone school met hele gewone kinderen. Toch worden kinderen in groten getale getest en kunnen ze vanaf een jaar of zes hun stempel al in ontvangst nemen. Die biedt hen dan levenslange garantie op de verklaring van hun diepste wezen.
Ik vind het verbazingwekkend hoe weinig twijfel er bestaat over de gestelde diagnoses en de daaropvolgende 'behandelingen'. Door wie worden de testen eigenlijk afgenomen en onder welke omstandigheden? Wordt het geen tijd om de oorzaak bij onszelf te zoeken en onze verwachtingen bij te stellen, zo u wilt de normaalverdeling iets op te rekken?
Ik zie tegengestelde bewegingen. Enerzijds willen wij kinderen stimuleren, prikkelen en activeren, anderzijds verwachten we concentratie en focus. Een schets van een hedendaagse situatie in de klas; kinderen zitten idealiter in groepjes, de restaurantopstelling, zoals een inmiddels gepensioneerde collega het schertsend noemt. Dit is een situatie die uitnodigt tot interactie, goed voor het coöperatieve leren. Het schoolbord is vervangen door een digibord, een soort enorme smartphone waar je ook nog op kunt schrijven. Men gaat uit van een intrinsieke motivatie bij kinderen onder de twaalf jaar. Zij moeten zelfstandig kunnen werken en plannen. Deze axioma's bepalen in grote lijnen het beleid in het onderwijs. Voldoen kinderen niet aan deze uitgangspunten? Dan is er dus iets danig mis met ze.
Het lijkt mij een beter idee om al deze vermeende stoornissen en de oorzaken eens nader onder de loep te nemen. Natuurlijk zijn deze kwalen, of karaktertrekken zoals ik ze liever zie, niet volledig uit de lucht gegrepen en hebben sommige kinderen heus baat bij een steuntje in de rug, maar wellicht heeft ons lees- en spellingonderwijs ook iets te maken met de epidemische vorm die dyslexie aanneemt. Misschien heeft de overmaat aan suikers, de enorme hoeveelheid aan externe prikkels en de grenzeloosheid in opvoeding iets te maken met ADHD. Lijden kinderen met de aan autisme verwante spectrum stoornissen niet overmatig onder de brute omgangsvormen in de maatschappij?
Moeten we niet gewoon ophouden met duwen en trekken aan onze kinderen en ze accepteren zoals ze zijn. Sterker nog, moeten we er niet de voordelen van zien?
Wat moet het verenigingsleven zonder ADHD-ers, mensen die altijd nog wel energie hebben om iets te organiseren en te regelen? Wat moet de computerbranche zonder autisten? Wie halen er voldoening uit de routinebanen zonder NLD-ers? Wie houden idealen in stand zonder ADD-ers? Wie houden een kritische blik zonder ODD-ers? Ik ben me ervan bewust dat ik hier de stereotyperingen aanhaal, maar laten we voorzichtig zijn met het bestempelen van onze kinderen, want het verandert helemaal niets aan de situatie. Het geeft ons hooguit een verschoning voor het feit dat wij af en toe met onze handen in het haar zitten als we ons machteloos en wanhopig voelen. Het diagnosticeren van allerlei stoornissen wekt bovendien de verwachting dat het met de juiste aanpak te verhelpen zou zijn. Onwenselijk gedrag wordt door ouders vaak getolereerd, omdat hun kinderen 'ziek' zouden zijn en van mij als juf verwacht men dan hetzelfde. Onaanvaardbaar gedrag accepteer ik echter nooit. Als een kind mij toevertrouwt dat hij of zij een van bovenstaande kwalen heeft antwoord ik standaard dat ik een bril moet dragen en dat we zo allemaal wel wat hebben. Ik probeer reële eisen te stellen en kinderen te helpen daaraan te voldoen. Dat is een hele klus en vraagt veel geduld en inventiviteit van een leerkracht. Uiteindelijk is het doel om de kinderen voor te bereiden op een zelfstandig leven. Bij het creëren van allerlei uitzonderingsposities is in het algemeen niemand gebaat, want in de maatschappij bestaat weinig coulance voor deze kwalen. Ouder zijn is meer dan alleen quality-time met je kinderen in een pretpark doorbrengen en juf zijn is meer dan alleen les geven. We moeten allemaal leven met wie we zijn.
Ik worstel ook nog steeds met de grote teleurstelling dat ik geen alom geprezen columniste ben, maar slechts mijn gedachtenspinsels op een voorgekauwde blogpagina voor amateurs poneer.