De beste levenslessen komen vaak uit onverwachte hoek. Zo liep ik jaren geleden door het zeildorp Heeg en werd ik aangesproken door een Fries op een fiets. De wedstrijd van de skûtsjeszeilen was verregend en vanwege de harde wind afgeblazen. "Jammer van 't sieln hé?", vroeg de man in het voorbijgaan. "Sorry?", antwoorde ik hem vragend. "Oh, je ben niet van hier", schakelde hij teleurgesteld over op zijn beste Nederlands. "Nee", zei ik verontschuldigend. Hij stapte van zijn fiets en vroeg waar ik dan vandaan kwam. "Utrecht" gaf ik toe. Hij groef in zijn geheugen en herhaalde mijn antwoord: "Utrecht", en hij hield even stil. "Kut, wat is 't daar druk man", luidde zijn oordeel. Ik schoot in de lach. "Waarom kom je nie hier woon'n?" "Dat zou ik best willen, maar dan moeten we hier ook werk vinden hè", wees ik hem op een praktisch puntje. "Ach ja, jullie daar moet'n altijd werk'n hè, want alles moet er kom'm. Heeft de buurvrouw een nieuwe jurk, dan moet jij d'r ook een. Heeft de buurman een nieuwe auto, dan moet jij d'r ook een. Hier leev'n we eenvoudig. Je koopt pas een nieuwe jurk als de oude kapot is en bij de bakker heb'n we bruin brood, wit brood en sukerbrood, daddis 't. En ik ben d'r maar wat gelukkig mee", lachte hij me toe.
Zo, dat zette mijn leven in een paar zinnen in perspectief. Ik kreeg nog ''n soen' voordat we afscheid namen en ik ben de Fries op de fiets nooit vergeten.
Een ander relativerend gesprek had ik met een mevrouw van het UWV. Toen ik mij een keer moest verantwoorden bij een landelijk callcenter, kreeg ik een mevrouw met een Achterhoeks accent aan de lijn. Ik was een poosje uit de roulatie geweest en zij vroeg me hoe dat kwam. Ik had te hard gewerkt, want als herintreder had ik het gevoel dat ik moest uitblinken en geen steek mocht laten vallen. Ik had bijna het dubbele aantal uren gewerkt dan waar ik voor betaald werd. "Ech waer?", klonk het ongelovig aan de andere kant. "Ja", verzuchtte ik. "Je moet je toch weer bewijzen hè", rekende ik op haar begrip. Ze begon te lachen. "Ach mevrouw", grinnikte ze. "U bent vijftig, wà wil u nou?" Ik was met stomheid geslagen. Inderdaad, wat wilde ik nou? Ik wilde alleen maar werken, zodat ik de kost voor mij en mijn kinderen kon verdienen, niet meer en niet minder.
Ook deze mevrouw, van wie ik helaas haar naam niet meer weet, anders zou ik haar zeker nog eens bedanken, wordt nog regelmatig door mijn vriendinnen en mij geciteerd. Ik stond weer met beide benen op de grond.
Vorige week had ik een komisch gesprek met een meneer van een web shop. Ik had bij de eerste zonnestralen een nieuwe snoeischaar besteld. De site zag er zeer professioneel uit en na de bevestiging van mijn betaling liep ik door mijn tuin om te kijken wat ik binnenkort allemaal met mijn spiksplinternieuwe snoeischaar te lijf zou gaan. Ik had een mailtje van Margriet@debewustetuinartikelenwinkel.nl gekregen, mijn aankoop kon ieder moment verzonden worden. En toen was het stil in mijn mailbox. Na een paar dagen heb ik maar eens gebeld. Ik kreeg Margriet zelf aan de lijn. Het zou in orde komen. Weer bleef het stil rond mijn mailbox en ook bij de voordeur. Nog maar eens gebeld en weer kreeg ik Margriet aan de telefoon. Langzaam begon ik te vermoeden dat het hier om een eenmanszaak ging en ondanks alle beloftes bleef het stil. Zaterdag kreeg ik meneer Chris aan de lijn, hij ging het uitzoeken. In plaats van computergeluiden klonk er een dreun door de hoorn. Ik had het idee dat hij mij op de keukentafel had gelegd om vervolgens zijn klompen aan te trekken om in de schuur, van de inmiddels tot tweemanszaak uitgegroeide webwinkel, poolshoogte te gaan nemen. Na enige minuten werd ik weer opgenomen en kreeg ik te horen dat mijn bestelling onderweg was. Ik zei voorzichtig dat ik het wel jammer vond dat het zo lang duurde voordat ik in mijn tuin aan het werk kon. Zijn antwoord luidde nuchter: "Ja, hij was niet op voorraad hè, en dan duurt het effe". Weer stond ik met mijn mond vol tanden. Geen excuus? Geen compensatie? Nee niets! Ik ronde het gesprek af en was een moment totaal verbouwereerd. Mij is altijd geleerd dat je je moet verplaatsen in de klant en dat je begrip moet tonen voor hun leed, hoe miezerig ook. Deze man had die cursus niet gevolgd en vertelde gewoon zoals het was; hij was niet op voorraad. Hij klonk alsof hij me zeggen wilde: 'die planten kunnen volgende week toch ook nog wel gesnoeid worden hoor, het is pas februari, maak je toch niet zo druk mens'. Ik begon er de humor weer van in te zien. De man begreep blijkbaar werkelijk niet waar ik me, met mijn randstedelijke ongeduld, zo druk om maakte en eigenlijk moet ik hem gelijk geven. Ik kreeg steeds meer plezier om het tafereel dat ik aan de andere kant van de lijn vermoedde.
Gisteren mocht ik eindelijk het pakketje in ontvangst nemen. Het komt heus wel goed allemaal en soms komen de belangrijkste inzichten uit onverwachte hoek.