Volgers

maandag 2 oktober 2017

Veel beloven, weinig geven...

Plotseling komt met enige gêne een zinnetje uit het liedje 'Ik zou wel eens willen weten' van Jules de Korte naar boven. Het is een ontzettend gedateerd, zeurderig en truttig lied en past helemaal niet bij de strijdvaardige sfeer van de aanstaande staking in het primair onderwijs. Misschien is het het tweede deel van de zin, dat per couplet verandert, dat mij herinnert. Waarom zijn de leerkachten boos? Hoe vat je dat samen? Een cynische poging:


U zou nu toch moeten weten, waarom zijn de leerkrachten boos?
Wat dacht u van heel grote klassen
en overal mouwen aan passen
en daar geen rekeningen van kunnen betalen,
daarom zijn de leerkrachten boos!

Maar we zouden geen liedjes zingen, geen ludieke acties, geen polonaise, maar gewoon boos zijn en hopen dat we nou eindelijk eens doordringen tot de mensen die erover gaan. Het onderwijs is net een gemiddelde zolder. Er wordt van alles neergezet zonder er ooit nog kritisch naar te kijken. De verantwoordelijkheid die leerkrachten hadden in de tijd van Jules is verzwaard met allerlei hedendaagse verwachtingen en taken die er in de loop van de jaren gedumpt zijn. De jongere generatie kiest steeds in mindere mate voor dit wankele bouwwerk, waar we met man en macht proberen de boel overeind te houden. Het gaat mij niet alléén om geld, het gaat om de renovatie van de zolder. Het wordt tijd om de taken eens kritisch te bekijken, samen met de mensen die er werken. 

Heeft het zin om kinderen te leren wat gezonde voeding is? Doen zij de boodschappen? Heeft het zin om naar de tweede kamer te gaan, of kan je het beter dichter bij huis en de leefwereld van kinderen houden en op bezoek gaan bij je eigen gemeente? Ik begrijp dat politici denken dat Den-Haag het centrum van Nederland is, maar daar denk ik persoonlijk anders over. Heeft het zin om alles wat je in de klas doet en zegt nog eens op te schrijven als de kinderen naar huis zijn? Voor wie besteden we daar onze kostbare tijd aan? Zijn de CITO toetsen betrouwbaar en een indicatie voor de mogelijkheden van een kind? Vooral over deze toetsen zou ik trouwens nog een heel relaas kunnen schrijven. Wat is de taak van de ouders en wat is de taak van de school en wat mogen we redelijkerwijs van elkaar verwachten? Is passend onderwijs nou wel zo'n goed idee en voor wie of wat eigenlijk? Kortom, tijd om eens te gaan reorganiseren. Staat het moderne Human Resource Management niet gewoon voor het faciliteren van de mensen op de werkvloer om hun taken goed en binnen de uren te kunnen uitvoeren? De mensen zijn geen kostenpost, maar juist een investering, een (hulp)middel, luidt het credo van de ware HR-manager. Nou, dat is eigenlijk precies wat wij verwachten, een investering in het achterstallig onderhoud van onze gezamenlijke onderwijszolder en daar zijn wij deel van. Ons fop je niet meer met onbegrijpelijke CAO's en dan haal ik nogmaals mijn oma zaliger aan; 'veel beloven, weinig geven doet de gek in vreugde leven'. En daarom zijn de leerkrachten boos!

We zijn overigens niet de enigen die kampen met het gebrek aan (financiële) erkenning voor ons vak en onze inzet. Ik zou tegen de politie en de verpleging willen zeggen: "Voel je vooral vrij ons voorbeeld te volgen".

maandag 6 februari 2017

De emancipatie en het badwater

De emancipatie van de vrouw, wat heeft het ons gebracht? Tijdens mijn studietijd had ik idealen en waren de jongens en de meisjes gelijk. Zo gelijk zelfs, dat ik korte tijd in een tuinbroek heb gelopen, ik geef het eerlijk toe. Weliswaar in een leuk pastelkleurtje, maar toch. Veel van onze moeders waren thuismoeders en dat zou ons niet gebeuren. Wij konden verder leren en zouden later part-time gaan werken, evenals onze partners. En we zouden van het leven gaan genieten, dat was voor ons welvaart.
En nu, vijfendertig jaar later, werken de meeste mannen nog full-time en zijn we als vrouw uitgeblust omdat we en vrouw, en moeder, en professional tegelijk moeten zijn, We ontlenen van alles aan ons werk en bij voorgeprogrammeerde activiteiten plannen we quality time met onze kinderen. In die waan van de dag hebben we geen tijd meer om te reflecteren.
Ik denk terug aan mijn jeugdig perspectief, waar vrijheid een groot goed was. We zouden tijd hebben om te doen waar we zin in hadden. De jongens zouden nooit hun hard werkende vaders achterna gaan die alleen op zondag tijd hadden om het vlees te snijden en de meisjes zouden ook buitenshuis gaan werken, omdat zij niet alleen maar wilden zorgen. Tot zover is het gelukt, alleen van die vrijheid is niet zoveel terecht gekomen. De bedrijfsvoering van een modern gezin vergt een doordachte logistiek en we zijn vervreemd van allerlei zelfvoorzienende bezigheden. Welke puber kan nog een band plakken, wie kan er nog zelf rode kool maken, welk kind kan nog een fantasiewereld creëren met louter wat hij buiten vindt.
Waarom hebben we het krijgen van kinderen niet gewoon meegenomen in onze gezamenlijke routine en moeten we de opvang uitbesteden aan professionele opvang of grootouders, als die tenminste nog voor hun kwakkelfase met pensioen kunnen. Flexibel is het codewoord, behalve als het op werktijden aankomt. We moeten toch kunnen wennen aan het feit dat een deel van onze collega's om drie uur naar huis gaat als de de kinderen uit school komen. Anderen werken misschien graag wat later en kunnen dan lekker aan tafel schuiven. Dat zou trouwens ook goed zijn voor het toenemende fileprobleem. Zo kan het thuisfront beter bemand worden en creëren we rust voor onszelf. Dat scheelt weer een cursus mindfulness.
Daarnaast missen we een belangrijk fenomeen wat ik in de natuur terugzie. Jonge dieren zijn getuige van het leven van hun ouders en worden langzaam opgevoed in het zelfstandig opereren. Ze krijgen bescherming, eten en warmte en zien hoe hun ouders dit veroveren. Langzaam worden zij gespeend en moeten zij steeds meer in hun eigen onderhoud voorzien, totdat zij in staat zijn om op eigen benen te staan. Dat begint bij een welpje door stoer met zijn kleine tandjes aan de prooi te trekken, later mag hij met de nog levende prooi spelen en het zelf doden en pas daarna gaat hij op jacht.
Ik stel mijn leerlingen wel eens de vraag wat hun ouders voor werk doen en tot mijn stomme verbazing weten maar heel weinig kinderen waar hun ouders nou zo druk mee zijn. Ze verdwijnen gewoon 's morgens in pak of werkkleding naar kantoor of naar de zaak en daar doen ze belangrijke dingen. In de randstad hebben we geen boerenkinderen die hun ouders op het land zien werken en geen kinderen van de timmerman die hun vader in de werkplaats zien. Kinderen hoeven niet meer te helpen om het eten op tafel te krijgen, want dat wordt in korte tijd geassembleerd met voorbewerkte ingrediënten. Ik weet, ik generaliseer, maar de lol en het belang van zelfvoorzienend zijn is met het badwater van de emancipatie voor een groot deel weggespoeld. Ik vrees dat het kinderen zelfs angstig maakt, want hoe kan je zelfvertrouwen ontwikkelen als je niet weet wat je te wachten staat. Als je maar goede cijfers op school haalt, dan komt het allemaal wel goed, maar waarom je dingen moet leren is vaak volstrekt onduidelijk.
Ik bepleit hier geenszins een teruggang naar het verleden, want ik ben maar wat blij met veel van de vooruitgang, maar ik hoop van harte dat we wat creatiever met onze verworvenheden leren omgaan.